Feb 5, 2010

Camilo José Vergara

Wanneer mijn hoofd gedurende langere tijd wordt blootgesteld aan New York gerelateerde media en tv, begint het weer te kriebelen. Berlijn is bruisend, Londen is lommerijk, Frankfurt is vrij fantastisch, maar een stad als New York; ‘it takes the cake’ zogezegd.
Laatst vroeg ik me af of je van een stad meer kunt houden dan van een persoon. “nee” zei iemand. Ik weet het achterliggende argument niet meer. Iets van ‘een stad kan geen liefde en affectie teruggeven zoals een persoon dat kan’. Denk ik. Een stad bestaat ook bij de gratie van mensen, dus mijn vraag was bij voorbaat al genullificeerd. Een stad zonder mensen is een beetje zoals New York in de film ‘Escape from New York. Wat eigenlijk wel weer leuk is.

Veel tv-series die zich in metropolen afspelen nemen bekende gebouwen als ijkpunt. Bij ons is dat het trambelletje in Nederlandse series; “ooh, het speelt zich af in Amsterdam!”. In MTV’s The City, Sex and the City, Gossip Girl komt het Chrysler Building meer dan eens voorbij:

“Where the spire of the Chrysler Building is the ultimate fetish object and even blocky old 1633 Broadway gleams like magic onyx.”–Troy Patterson

Freud zou er een leuk project aan hebben.

Ik zag Camilo José Vergara’s werk voor het eerst op internet, als link op een site van een Canadees die een thesis schreef over stedelijk verval. Hij had een geweldig online archief, waarin bijna elke grote tot middelgrote Amerikaanse stad vertegenwoordigd was. Helaas werkt deze site niet meer naar behoren.

Vergara is socioloog en fotografeert sinds de jaren zeventig o.a. het leven en architectuur Noordamerikaanse steden. Zijn werk is een registratie van hoe de urbane omgeving door de decennia heen verandert.
Vergara wordt vaak vergeleken met Jacob Riis, een sociaal hervormer, die mede aan de wieg stond van de Newyorkse ‘tenements‘. Ook was hij een pionier op het gebied van fotografie.
Zelf heb ik Vergara’s boek “Subway Memories”, waarin de vele stations en treincoupés op de gevoelige plaat zijn vastgelegd. Een geschiedenis van één van de grootste en oudste metro-routes van de wereld. En haar reizigers.

Een andere fotograaf wiens werk ik bewonder is Robert Frank. Toen ik zijn boek “The Americans” in handen kreeg was ik enorm onder de indruk. Ik keek het elke dag door voordat ik het dichtdeed en zelf ging tekenen. Robert Frank wordt ook wel de “de Tocqueville” van de fotografie genoemd; zijn werk vormt een ’sociale documentaire’.

Frank maakte in de jaren ‘40 en ‘50 van de vorige eeuw korte metten met de in de fotografie tot dan toe geldende conventies als zorgvuldig kadreren en uitlichten. Ook straalde zijn werk geen optimisme uit, zoals dat in die tijd gebruikelijk was. Robert Frank fotografeert verval en getekende levens. Als geheel vertellen de foto’s ons over de V.S. in die tijd. Consumptie als deugd; de prijs die men hiervoor betaalt, en de groter wordende kloof tussen arm en rijk.

In tegenstelling tot Frank, die inzoomt, korrelige foto’s maakt, en de poëzie achter het alledaagse weet bloot te leggen,  gebruikt Vergara zoveel mogelijk gelijkmatige belichting. Geen regen, niet teveel schaduw, zodat het onderwerp zo ‘objectief’ mogelijk kan worden vastgelegd. Zijn beelden zijn helder, alsof ze ons iets willen uitleggen. Registratie lijkt de hoofdmoot, het stramien van onze maatschappij wordt getoond.

Fotoseries van Vergara zijn o.a. te zien op Slate. Eén serie op de site boeide me in het bijzonder en dat zijn de foto’s van verschillende kinderdagverblijven in de V.S. Sommige wel erg treurige foto’s zijn genomen in de jaren negentig, maar ook het kinderdagverblijf in Los Angeles uit 2009 ziet er uit als een fort.

Velen brengen hier tegenin dat het interieur van de getoonde gebouwen haaks staat op de buitenkant. Aan de westkust van de V.S. schijnt men zelf cactussen (cactii?) onder de ramen te planten; een bewezen preventief middel om inbrekers buiten te houden.

vrijdag, februari 5th, 2010