Feb 28, 2010

Toen de Berlijnse Muur viel in 1989 was ik 13. Op de lagere school leerden we tot dan toe over het IJzeren Gordijn. Ik geloof niet dat ik echt doorhad wat dat inhield, ik zag alleen een stug waaierend gaasgordijn voor me, in de geest van Christo’s kunstwerken. Het klonk wel mysterieus.
Toen Tito nog leefde, was Joegoslavie een goed bezocht vakantieoord, Dat leek mij ook erg exotisch. Mijn oma, die samen met mijn opa Joegoslavië als vakantiebestemming had bezocht zei vaak tegen me dat de tijd nog wel zou komen dat ik zelf met het vliegtuig zou gaan reizen. Dat was natuurlijk een geweldig vooruitzicht.
Als ik uit logeren was bij mijn andere oma, Beppe, las ik de oude meisjesromans die daar in de kast stonden. Joop ter Heul, Herrie-Let. Hopeloos ouderwets. Een wereld waarin meisjes, als ze niet meteen een gezin stichtten na school, als typiste op een kantoor werken tot ze door een fatsoenlijke jongeman het hof werden gemaakt.
In de Gerda Omnibus, schopt Gerda het tot stewardess en daarnaast slaat ze ook nog een piloot aan de haak (ook adopteren ze een kindje uit Afrika, dat de piloot liefkozend zijn ‘koffieboontje’ noemt. Dat soort koloniale termen kunnen toch echt niet meer zou je zeggen, toch werd er een tijd terug in het dating-programma Take Me Out een gelijkwaardig staaltje ten beste gegeven. Oy Vey!)
Toen ik 13 was, kon ik me sowieso niet zoveel over de toekomst voorstellen. De plaatsen waar het allemaal scheen te gebeuren leken zo ver weg. Ik was op m’n elfde een keer naar Ahoy in Rotterdam geweest. Samen met mijn vader, die ik als een man van de wereld beschouwde, nam ik de trein naar deze metropool. We gingen met de metro naar Ahoy. Ik at mijn eerste pizza daar in een winkelcentrum.
Daarvoor was ik eens met Beppe meegegaan toen ze haar nicht in Leeuwarden bezocht, deze nicht woonde driehoog. Eén blik op het trappenhuis in de portiekflat en ik wist dat ik altijd een balkon boven een achtertuin zou verkiezen. Mijn eigen Manifest Destiny heeft daar haar wortels.
De beelden van huilende, juichende mensen op tv, toen de Muur openging; ik zag het op tv en wist dat ik naar iets keek wat ook in de daaropvolgende decennia als iets belangrijks zou worden gezien. Maar zo voelde het helemaal niet.
Vorig jaar, tijdens een hangweekend bij vriendin M bekeken we haar oude agenda’s. Blijkbaar hadden we in 1992 dezelfde agenda gehad, want ik herkende de Pall Mall reclames, het verslag van de modellenwedstrijd, en de veilig vrijen campagne. De eerste zin van de Pall Mall advertentie is, nu ik terugkijk, onbedoeld grappig: “Ik zei nog zo, linksaf!” Verdwaald in een ruig lanschap, poseert een nors kijkend stelletje in stoere kleding. Iets met een fourwheel drive en veel zand. Internet stond in de kinderschoenen en gedrukte media was nog oppermachtig. In het boek “Standing On The Shoulders Of Giants” worden de “Masters of Advertising” (2001, Hermann Vaske) geïnterviewd waaronder George Lois en Jerry della Femina (die eens een presentatie aan een klant gaf waarbij hij deed of hij voorlas, in werkelijkheid stond hij met een leeg vel papier in handen).
Sommige advertenties uit die tijd hebben werkelijk lappen tekst voor hedendaagse begrippen.
Toen ik midden in de jaren 90 zat vond ik dat decennium ondefinieerbaar. Terugkijkend valt er genoeg te categoriseren. In 1992 was ik blij dat die belegen jaren ‘80 eindelijk voorbij waren. Ik was ervan overtuigd dat de jaren ‘90 stijlsgewijs een enorme vooruitgang zouden zijn en dat er een breuk zou worden gemaakt met alles wat 10 jaar daarvóór hip was. Mijn denkfout was dat ik dacht dat ik wist wat stijl was.
Tijdens lessen op de kunstacademie (1995) waren studenten als een gek tijdschriften aan het verknippen en plakken (laatst keek ik met vrienden de serie ‘Lipstick on your Collar’ van Dennis Potter, en toen zei iemand tijdens de kantoor-scènes: “Kijk eens naar die bureaus. Geen computers. Alleen maar papier.”). Het magazine Rails was gewild. In de trein van en naar Kampen werd de kreet “rails hoort thuis in de trein” niet gehoord.
Begin vorig jaar bezocht ik het Moma in New York, waar op dat moment een expositie van George Lois te zien was. 32 van de door hem ontworpen Esquire covers uit 1992 werden geëxposeerd. Ook de werkwijze van George Lois kwam aan bod.
Het was verfrissend om te zien hoe zijn concepten zonder nullen en enen tot stand kwam.
Bladen die we gaaf vonden waren o.a. Blvd (tot Gert Jonkers het voor gezien hield als hoofdredacteur), Interview, de gebonden Mediamatic issues met interactieve cd-roms, Fringe, en natuurlijk de Ray Gun, met als held de artdirector David Carson. Nu ik een OV studentenkaart had, ging ik regelmatig naar Amsterdam, waar ik uren doorbracht in het American Book Centre en Athenaeum.
Ik heb nog steeds stapels Blvd’s thuis liggen. Een oude Metropolis M (Revolt!) ligt op de stapel nieuwere issues, maar wat ik bovenal koester is #71 van Ray Gun, met Chris Cornell op de cover. Als ik dat nummer doorkijk is het of ik over m’n schouder terugkijk naar de tijd waarin het blad vers van de pers was, en niet half aan gort gesneden door een fileermesje. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat dit blad oorspronkelijk niet van mij is. Het was van π, en hij en zijn fileermesje waren toentertijd onafscheidelijk. Het nummer is altijd blijven rondslingeren tot aan ons samenwonen in Arnhem aan toe. Tijdens ons uiteengaan en het hele cd-van-jou-cd-van-mij gebeuren ben ik eerlijk geweest in het verdelen. Maar ik was erg gehecht geraakt aan die Ray Gun, en ik had het idee dat het blad me meer vertelde over 1999 dan al mijn dagboeken uit die tijd ooit zouden kunnen zeggen. Dus nam ik het mee.
Interviews met bands die de melktand des tijds niet hebben doorstaan, de Silver Tab reclames met illustraties (de tekengolf was net weer aan het opkomen) de sneakers met alternatieve sluitingen. Zaterdagmiddag in kleermakerszit op de grond, schetsend, tijdschriften en boeken lezend met Sublime, Pavement, of Jane’s Addiction op de achtergrond. Een instant sentimental journey. Er kwam zoveel nieuws op m’n pad en tegelijkertijd weet ik nu hoe vreselijk naïef we toen waren.
David Carson had bij het verschijnen van # 71 de redactie van Ray Gun allang verlaten. Carson is natuurlijk enorm bekend geworden door zijn onorthodoxe layouts en gebruik van fonts. Zijn stijl van typografie suggereerde het einde van geprinte media (gezien de groeiende populariteit van internet), verschilende typefaces werden doorelkaar gegooid, zodat tekst een onontwarbare kluwen werd, waar geen touw meer aan vast te knopen was.
In de tweede helft van de jaren ’90 verspreidde internet zich snel. Ik begon Netscape sympathiek te vinden en heb nooit aan het logge en onelegante Internet Explorer kunnen wennen. Toen ik doorkreeg hoe je informatie moest zoeken was ik uren zoet. Ik zocht websites op die door magazines werden aangeprezen (o.a. baader-meinhof.com)
Op nieuwjaarsdag 2010 keek ik ’s middags een film “A Chance of Snow”, die, erg genoeg, op imdb.com nog een 5,9 scoort ook. Het gaat over een echtpaar met kinderen. De ouders willen gaan scheiden, maar ze komen vast te zitten op een vliegveld. Michael Ontkean speelt de overspelige man, en geloof me, je wilt Sherrif Truman uit Twin Peaks niet in zo’n draak van een film zien.
Ik probeerde te raden in welk jaar deze film was gemaakt. Mijn gok was 1989/90. Op de aftiteling stond 1998.
Late nineties romcoms have abosolutely abysmal costume departments, merkte een Facebook vriendin laatst op. En ze heeft gelijk. Toch heeft “A Chance Of Snow”. iets troostends. En dat sentiment hangt ergens tussen ‘wat liepen we er toen vreselijk bij’ en misschien stiekem toch al een beetje nostalgie. Toen er nog geen Iphone was, maar we status ontleenden aan het Swatch horloge.
In het boek Generation X, Tales for an accelerated culture (1991, Douglas Coupland) deelt een van de hoofdpersonen een dierbare herinnering met zijn vrienden. Hij vertelt dat hij zelfs tijdens moment al heimwee had terwijl de gebeurtenis nog in volle gang was.
Mattel, Reaganomics, kernwapens. Swatch, Golfoorlog, Green River Killer.
In elk decennium zijn er rottigheden en ellende, maar tot m’n 16e was ik redelijk afgeschermd (en op de academie las ik geen kranten). Ik leefde ook een beetje in m’n eigen fantasiewereld, dus mijn beeld is enorm vertekend. Dat is misschien maar goed ook; ik heb me per slot van rekening genoeg zorgen gemaakt over het verdwijnen van de aardlagen en zure regen, als 10-jarige, voor het slapengaan.

zondag, februari 28th, 2010