Jun 21, 2010

R. Stevie Moore

Er was eens een muzikant. Hij woonde in een huis, waar hij zich vaak verschanste in zijn zelfgebouwde studio. Hij was al 40 jaar bezig met het componeren van de meest prachtige liedjes. Geen genre was hem te gek. Hij bracht al zijn liedjes zelf uit, en maakte geen onderscheid in goede of minder goed geslaagde nummers. Allemaal belandden ze op een cassettebandje, of op vinyl, zodat er op een gegeven moment meer dan 400 releases op zijn naam stonden.

Hij schreef bijvoorbeeld een ingetogen liedje over iemand die geen eten kon betalen. Een ander liedje ging over hoe hij ervan hield om gewoon thuis te blijven. Als je ernaar luisterde kon je ervaren hoe fijn het eigenlijk is om in je eigen huis rond te scharrelen terwijl je vrienden de bloemetjes buiten zetten.

Niet alle liedjes hadden tekst. Dat gaf niet, want ook de instrumentale nummers waren de moeite waard. Een liedje was genoemd naar de orkaan David; een stuwende drum en wervelende piano’s wekken het beeld van een wilde wolkenlucht op. De energie van een nummer zoals World’s Fair zorgde ervoor dat je het de hele dag keihard in je auto zou willen draaien.

Sommige liedjes waren best droevig, maar zo wonderschoon dat je ze telkens weer wilde beluisteren.

Op jongere leeftijd was de muzikant vanuit het zuiden van de V.S. naar de oostkust verhuisd, omdat hij in de regio, waar de nadruk op country werd gelegd, z’n draai niet kon vinden. Gek genoeg zou zijn muziek op latere leeftijd gelardeerd raken met country-invloeden, iets waar hij toch prima mee uit de voeten scheen te kunnen.
Zijn oom, die aan de oostkust woonde, moedigde hem aan in zijn muzikale ontwikkeling, en hij produceerde zijn eerste plaat.
Maar op één of andere manier scheen zijn muziek nooit aan te sluiten bij wat er op dat moment in de muziekwereld speelde. Hij bleef een einzelgänger.

Toch bleef hij liedjes maken. Hij nam zijn muziek op, signeerde en verstuurde vervolgens de cassettebandjes (later werden dit cd-roms) aan mensen die dat hadden besteld. Die vraag werd almaar groter toen internet haar intrede deed, en er ontstond een trouwe groep fans die zijn muziek online hadden ontdekt.
Helaas werd hij er niet rijk van. Maar hij hield zo van muziek en van het maken ervan, dat hij er niet mee kon of wilde stoppen.

Er traden jongere artiesten voor het voetlicht die zijn muziek kenden en erover praatten in interviews. Ze wilden graag met hem samenwerken omdat ze hem als een genie beschouwden.

Omdat de jongere artiesten hem op handen droegen, werd hij meer en meer gevraagd om zijn muziek live ten gehore te brengen. Maar de muzikant was inmiddels op leeftijd en de kwalen die met ouderdom gepaard gaan weerhielden hem ervan om aan al die verzoeken te voldoen.

Absurd genoeg bleef zijn talent onontdekt door zowel platenmaatschappijen als een groter publiek.

De muzikant hoopt nog steeds op erkenning van zijn oeuvre. Hij componeert onverdroten voort, verschanst in zijn studio.

maandag, juni 21st, 2010