Daarna was het wachten op Swans. Er werd al van te voren gewaarschuwd voor het hoge volume, dus ik had mijn -bij de garderobe verkregen- oordopjes ingedaan. Wat eigenlijk wel jammer is, omdat je je dan voor je gevoel niet ‘midenin’ de muziek bevindt. Het alternatief is een week lang piepende oren. Zoals Ehren McGhehey zegt: “Safety first!”
De bandleden kwamen één voor één op en begonnen hun instrumenten te bespelen, waardoor er een geluids-exercitie werd opgebouwd die qua inspanning gelijk op ging met het rennen van tien rondjes om een voetbalveld en daarna honderd maal opdrukken. Michael Gira schopte en marcheerde. Hij hamerde op zijn gitaar in dat slopende, harde doch trage tempo waar Swans patent op hebben. Norman Westberg (die vanaf het begin deel heeft uitgemaakt van de Swans bezetting) deed zijn ding, onverstoorbaar. Christoph Hahn (die de Swans later kwam versterken en ook zitting heeft in Gira’s Angels of Light) bespeelde de slide gitaar. Phil Puleo (die meedeed aan de eindtour van Swans en Angels of Light) drumde, Chris Pravdica speelde bas (niet altijd hard genoeg naar Michael Gira’s wens: “LOUDER! LOUDER!”) en Thor Harris (ook Angels of Light) deed de percussie.

Swans brachten ouder werk ten gehore zoals YRP, Sex God Sex (één van mijn favorieten) en I Crawled. Ook recenter werk kwam aan bod zoals “Jim”, van Gira’s solo album “I am not Insane”.
Ik heb het nieuwe album nog niet zo goed beluisterd, maar Avatar (“We just wrote this. It’s called Avatar. It’s got nothing to do with the movie.”) klonk erg goed. De band excelleert in drones, maar wist deze tijdens het optreden vrij compact te houden. ‘Compact’ is een begrip wat in deze breed kan worden toegepast; de doorstompende uitloop van bepaalde nummers werd na verloop van tijd hypnothisch. Ik wist niet hoe lang men al aan het spelen was, ik wist niet hoe lang men nog doorging. Het kon me ook weinig schelen; als de band had besloten om nog vijf uur extra door te spelen, was ik gewoon blijven staan. De muziek van Swans heeft zo’n oerkracht, het enige wat er op dat moment toe doet is de muziek over je heen te laten komen. De golven herrie strippen je van alle afleiding, alle gedachten die tot voor kort in je hoofd rondmaalden.

Er werd een toegift gespeeld (“This one’s for the ladies”). De zaal was enthousiast. Ik vind het opvallend dat ik in mijn omgeving zo weinig mensen ken die Swans net zo goed vinden als ik. Want Swans zijn inmiddels een instituut, een band waar andere grote namen (om het even welke industriële metalband) schatplichtig aan zijn. Toen ik gisteravond om me heen keek zag ik al die mensen aandachtig luisteren. Ik zag mensen helemaal uit hun dak gaan. Het deed me goed.
Voor een impressie kun je hier terecht.
donderdag, november 25th, 2010
