Choose a Category

Mar 19, 2012

Psychokiller, Qu'est-ce que c'est? (1)

Mijn interesse in films begon ongeveer toen ik Pulp Fiction voor het eerst keek. Het cartooneske geweld, het cynisme, het iconische van Hollywood; voor mij was het een onweerstaanbare combinatie.

Tot dan toe keek ik films met m'n vriendje, in het weekend. Wát we keken hing een beetje af van wat zijn ouders hadden opgenomen, of wat de consensus binnen de vriendengroep was wanneer we naar de videotheek gingen. Vaak was dat slechte horror (I Know What You Did Last Summer, Scream),of actie (Jean Paul van Damme, Schwarzenegger, Stallone). Vermakelijk, maar vergeetbaar.

Toen ik 's avonds laat per ongeluk midden in Wild At Heart van David Lynch belandde, wist ik; er zijn dus films die mij persoonlijk aanspreken. Blijkbaar was ik al door behoorlijk wat kaf heen, het enige wat ik hoefde te doen was het koren zoeken. Het lag vast ergens.

Ik vond het ook. Films van Peter Greenaway, Peter Bogdanovich, Hal Hartley, Maya Deren, Mike Leigh, Jim Jarmusch, Richard Kern, Nicholas Roeg, Hitchcock, Stanley Kubrick, Richard Linklater, Gregg Araki, Werner Herzog.

Films die zich buiten gebaande paden wagen (My Son My Son, What Have Ye Done, Werner Herzog), films waar je doorzettingsvermogen op de proef wordt gesteld (Slacker, Richard Linklater). Niet zelden een lust voor het oog (The Cook The Thief His Wife and Her Lover, Peter Greenaway). In alle drie de films wordt geweld gebruikt. In de eerste uit gekte, de tweede uit verveling, en de derde uit jaloezie en wraak.

Echter, de film waar ik het over wil hebben is niet geniaal, laat staan een meesterwerk. De regisseur hanteert vaak een bombastische, over de top filmstijl, zonder nuances. Subtiliteit is niet aan hem besteed. Als zijn films een standpunt hebben dan wordt dat door je strot geduwd, er is geen ontkomen aan.

Oliver Stone heeft meerdere controversiële titels op zijn naam staan zoals JFK en Midnight Express. 'Greed is good' is een wijdverbreide mantra geworden door zijn film Wall Street. Met het visuele spektakel Natural Born Killers (1994) moest hij zich zelfs in de rechtzaal verantwoorden nadat twee tieners in de voetsporen van de twee hoofdpersonen uit de film waren getreden en op moordtocht waren gegaan.

Het script van Natural Born Killers is geschreven door Quentin Tarantino. Maar nadat Oliver Stone er flinke veranderingen in had aangebracht, wilde Tarantino er niks meer mee te maken hebben. Het feit dat de geest van Tarantino nog wel in het script rondwaart verklaart waarom ik in de jaren negentig zo gecharmeerd was van de film. En velen met mij. Mijn huisgenoot zei: “het is echt zo'n film van 'wij tegen de rest”. Dat de film gaat over een moordend stel, maakte blijkbaar niet uit. Ik weet dat het mij niet uitmaakte; ik zag het als een roadmovie met een romantische ondertoon.

In dit kader is het erg interessant om dezelfde films vaker te bekijken. Ik hield van roadmovies, van mensen die de boel de boel laten, in hun auto stappen. Die betekenis vinden tijdens hun trip. Een visuele achtbaan zoals Natural Born Killers met daarin twee mensen die hun middelvinger opsteken naar de maatschappij vond ik super. Omdat ik dat zelf nooit zou doen. Toch identificeerde ik me met de personages, waarschijnlijk omdat ik zelf wilde ontsnappen aan de sleur van alledag, aan de verwachtingen die anderen van me hadden, aan mijn eigen onzekerheid. Juist omdat Mickey en Mallory Knox onaangepast zijn, hadden ze voor mij enorme allure. De combinatie van Juliette Lewis en Woody Harrelson was ook niet onbelangrijk. Als koppel vond ik ze ontegenzeglijk aantrekkelijk.

Toch zijn ze in Stone's film niet meer dan bordkartonnen personages; net als alle andere personen in de film. Iedereen is uit op eigen gewin, van de gevangenisdirecteur tot de nieuwpresentator. Een echte dog eat dog wereld, waar Micky Knox' theorie (“The wolf don't know why he's a wolf. A deer don't know why he's a deer. God made it that way”) een prima leidraad is.

Goed bekeken is de hele film één groot mediafestijn. Het verhaal van Mickey en Mallory wordt doorspekt met coca cola reclames, archiefbeelden van gewelddadige gebeurtenissen en rechtszaken. Mickey en Mallory zijn zich bewust van hun beruchte status; ze laten altijd iemand in leven 'to tell the tale of Mickey and Mallory'. Het 'verhaal' is de afgelopen jaren steeds meer onze eigen levens binnengeslopen. We kennen natuurlijk allemaal het gegeven van het lelijke eendje dat een mooie zwaan wordt; vaak wordt in biografieën dit gegeven gebruikt om de weg naar de top tot een mooier verhaal te maken.

Op een regenachtige zondagmiddag zaten mijn zus en ik op de bank tv te kijken. We zapten langs een docudrama over Beyoncé Knowles. Verschillende mensen die haar als kind hadden gekend, kwamen aan het woord. Eén iemand vertelde hoe ze ontdekte dat Beyoncé erg goed kon zingen. Knowles was niet extreem verlegen, of onpopulair, maar toch werd er getracht haar zo te doen voorkomen. Mijn zus riep:”Wat een onzin! Niks wijst erop dat ze verlegen was, of niet durfde zingen! Ze dikken het gewoon aan!”

Met dit in mijn achterhoofd schreef ik in een boekbespreking op Booktunes.net over Rat Girl, de biografie van muzikante Kristin Hersh: When a musician becomes famous, people start looking for a backstory. Hindsight is a wonderful thing; we do our best to recreate a 'rags to riches' fairytale. Some events are left out and the 'ugly duckling to beautiful swan' cliché becomes the most important aspect."

Kijk maar naar de Facebook Timeline, naar de MTV-programma's over jongeren die hun leven een andere draai willen geven, tienermoeders wier hele reilen en zeilen met de camera wordt gevolgd. Waar Douglas Coupland in de jaren negentig nog schreef over Dag, Claire en Andy, die McJobbend door het leven gingen, en geen A naar Beter wensten te volgen, heeft alles tegenwoordig een 'narrative'.

In Natural Born Killers wordt flink gemanipuleerd, net als op tv. Het tv-programma 'Say yes to the dress' (TLC) volgt aanstaande bruiden in hun queeste naar dè jurk. Tijdens het kijken viel me iets op; opnames van een geëmotioneerde bruid werden tijdens dezelfde aflevering gerecycled. De bruid in kwestie moest huilen toen bleek dat haar vriendinnen wilden meebetalen aan haar droomjurk. In een poging alles emotie-gewijs nog eens extra aan te zetten, werd dat shot waarin ze huilt nòg eens gebruikt, maar nu omdat de jurk vernaaid zou moeten worden. Ze kon 'm dus niet meteen meenemen. Hetzelfde shot als eerst werd weer ingezet, maar nu zonder de informatie die we eerst kregen, namelijk dat ze blij was.

Dit gebeurt ook in MTV's Teen Mom, waar babygehuil wordt afgespeeld, terwijl de baby niet daadwerkelijk huilt. Temptation Island, een programma van dubieus niveau, had wat ik noem, een 'hijgband'. Wanneer er zich een situatie voordeed waar bewoners eventueel gingen zoenen, vozen, en wat dies meer zij, hoorde je meteen gehijg op de achtergrond. Ik keek het programma wel eens, want soms is het leuk om op de bank te hangen en naar iets te kijken waarvoor je absoluut geen inspanning hoeft te leveren. Maar toen ik me bewust werd van die hijgband, ben ik gestopt met kijken.

Op deze manier probeert tv onze interpretatie te leiden, vaak zonder dat we het zelf doorhebben. In Natural Born Killers stikt het van dit soort trucjes, waarbij Oliver Stone ons laat zien hoe we worden beetgenomen.

Doordat de film bevolkt worst door egoïstische zakken hooi, is er weinig sympathie op te brengen voor wie dan ook. Archiefmateriaal van beelden uit Waco in Texas, de Menendez broers, Tonya Harding, Charles Whitman, worden gemixt met reclame, scènes uit natuurfilms, speelfilms en tv series. Daartussendoor is het script gemonteerd, dat op zichzelf weer bol staat van de verwijzingen naar misdaad ( Charles Manson, Jack Ruby, een gevangenisbewaarder die 'Homolka' heet, politieagenten die Mickey Knox inelkaar slaan terwijl het camerastandpunt hetzelfde is als toen Rodney King werd mishandeld). Natural Born Killers ontaardt in een kakofonie van sensatie-nieuws, factoids en onderbuikverslaggeving.Uiteindelijk vraag je je af wat je nu eigenlijk zit te kijken. En ik denk dat dàt precies de bedoeling van Stone is.

Michael Weinberger heeft een essay geschreven over Natural Born Killers. Ik heb er dankbaar gebruik van gemaakt toen ik mijn eindexamenscriptie schreef, die gedeeltelijk over deze film ging. Ik lees mijn scriptie liever niet terug, omdat ik denk dat tussen de regels door mijn naïviteit wel erg duidelijk blijkt. Ik zag een verhaal, van A naar B, terwijl --ook al wil het publiek in de film een verhaal, een sensatie, een kick-- de hele film slechts ruis is. Natural Born Killers is wat het is; pompeus, visueel overdonderend en bovenal een vorm-oefening. Er zijn 18 verschillende filmstijlen en -formaten gehanteerd, van super 8 tot animatie. Nergens in de hele film is een recht shot te vinden, alles is voortdurend in beweging, zonder enige bezinning.

Het essay van Michael Weinberger heb ik met veel plezier teruggelezen, vooral ook omdat het me allemaal veel duidelijker is dan dertien jaar geleden. Weinberg trekt een parallel tussen Natural Born Killers en de roman White Noise van Don Delillo. Ik had dat boek gelezen en was er tekeningen over gaan maken.

“Lasher: "You're saying it's more or less universal, to be fascinated by TV disasters". Alfonse: "For most people there are only two places in the world. Where they live and their TV set. If a thing happens on television, we have every right to find it fascinating, whatever it is".--White Noise

White Noise is gepubliceerd in 1985, maar heeft niets aan actualiteit ingeboet. Er is een zee aan informatie beschikbaar, 24 uur per dag, 7 dagen per week. Hoe bepaal je wat wààr is en wat geconstrueerd is om je mening te beïnvloeden? Zelfs harde feiten en bewezen wetenschappelijke onderzoeken kunnen mensen vaak niet meer van de realiteit van een situatie overtuigen. Waarheid heeft aan betekenis ingeboet. Alles wordt 'white noise', storing, sneeuw op je tv-scherm.

Het aloude kip-en-ei vraagstuk dringt zich altijd weer op; is de alomtegenwoordige media schuldig aan malafide verslaggeving die ons op het verkeerde been zet? Zorgen gewelddadige tv-programma's en videospelletjes ervoor dat jongeren uit het lood geslagen raken? Of wordt ons slechts aangereikt waar we om vragen? De maatschappij en de media spelen trefbal met elkaar, en het is te simpel om één van de twee de volle schuld toe te schuiven. Het lijkt een vicieuze cirkel.

Wanneer winst het enige is dat telt, wanneer programma's alleen worden ontwikkeld om zoveel mogelijk euro's binnen te harken, dan kom je uit bij een programma als American Maniacs, waarin verslaggever Wayne Gayle maximaal van Mickey en Mallory's roem wil profiteren.

"...and I love McClusky. Cut in on him in the middle of that horrific f*ckin' laugh. Freeze frame on him. Don't even let him answer."--Wayne Gale

Ik kijk Natural Born Killers nog steeds met veel plezier, maar wel met meer afstand dan 14 jaar geleden. De film heeft zo'n snelheid dat het makkelijk is je gewoon te laten meevoeren. Maar Stone heeft de film niet gemaakt om te laten zien hoe goed hij kan monteren. Wanneer alles entertainment is, waar is dan de nieuwswaarde?

Stone bekritiseert de media omdat ze geweld glamoreus maken in plaats van het als feitelijk nieuws te behandelen.

Categories popcultuur Tags film Pulp Ficiton David Lynch Oliver Stone Natural Born Killers roadmovie MTV Michael Weinberger Don DeLillo White Noise

Dec 19, 2011

Drew Droege en Chloë Sevigny

Ik heb dit jaar geen zin om mijn plastic kerstboom van de zolder te halen. De doos met kerstballen en boom heeft tot en met november in mijn woonkamer gestaan; nu ik 'm eindelijk naar de zolder heb getild vind ik dat-ie daar prima staat.

In de buurt denken ze er anders over. Wanneer ik in het voorbijgaan een blik in andermans huiskamer werp zie ik barok opgetuigde bomen en rococo ingerichte vensterbanken. Verlichte modelhuisjes, de rode plaklijnen met nepsneeuw op de ramen. Het ziet er goed uit.

Het nadeel van het versieren van je huis met kerst is dat je het naderhand weer moet opruimen. En dan ziet je huiskamer er ineens zo kaal uit, in het kille licht van januari.

Dus onderneem ik andere dingen om in de kerstsfeer te komen. Ik kijk de clips van komiek Drew Droege, waarin hij ons als Chloë Sevigny – actrice, ontwerpster, voormalig model- verhaalt over stijlvolle kerstcadeaus, en ons haar goede voornemens voor het nieuwe jaar vertelt. Droege's Cloë bestaat al geruime tijd; al vòòr 2003 trad hij on stage op met een blonde pruik.

Droege pariodieert niet zozeer Chloë Sevigny als persoon, maar kanaliseert via haar een volkomen absurde indie levensstijl waarin hip zijn absoluut niet genoeg is; de obscuriteit van het nog cool te worden mode-item/etiquette moet worden omarmd. Met andere woorden: De nieuwe kleren van de keizer.

Chloë Sevigny is hier een perfect vehikel voor. Dat klinkt nogal respectloos, maar zo bedoel ik het niet. Sevigny maakte haar debuut in de controversiële film 'Kids'. Ook speelde ze in een hele rits avant garde films en independent films waaronder 'Gummo', en 'Brown Bunny'. Zo consolideerde deze toenmalige it-girl haar acteercarrière en werd de ongekroonde koningin van de indie-film.

Ook Sevigny's ensembles op de rode loper bleven niet onopgemerkt. De dames van Go Fug Yourself besteedden er de afgelopen jaren veel aandacht aan. Chloë Sevigny wordt door sommigen gezien als mode-icoon. Anderen vinden dat ze de plank volledig misslaat.

Ze ontwerpt inmiddels voor het label Opening Ceremony. Ik vind Sevigny's stijl meer een reactie op stijl: Opening Ceremony laat, bewust of onbewust, zien hoe absurd de modewereld eigenlijk is. Meta kritiek. Wat waarschijnlijk weer prima in het wereldje van Drew Droege's Sevigny-creatie zou passen. Oh, the irony!

Droege' s personage ontstond toen hij een blonde pruik overhield na een voorstelling. Het begon als een grapje, maar een paar maanden na het plaatsen van ettelijke Sevigny-filmpjes op Youtube werd “Chloë” een hit. Hij zegt dat het niet zijn bedoeling was om Chloë Sevigny belachelijk te maken; hij vindt haar juist sympathiek. En dat begrijp ik wel, want ik deel die mening. Sevigny heeft ondanks haar idiote kledingkeuzes en excentriek gedrag, een je-ne-sais-quoi waardoor ik haar op één of andere manier fascinerend vind.

Daarom vind ik de impersonatie van Drew Droege ook zo goed; de pigeon-toed stance, de rare uitspraak van sommige woorden, de bestudeerde houdinkjes en blikken, de grootheidswaanzin (Droege's clips beginnen altijd met "Good evening America, I am Chloë Sevigny", zoals de president het volk zou adresseren). Het zijn maniertjes die je -misschien onterecht- meteen met haar in verband brengt.

Rest mij deze vraag: Hoe zou Chloë Sevigny's kledingkast eruit zien?

Categories popcultuur Tags Drew Droege Chloe Sevigny Go Fug Yourself Opening Ceremony

Nov 16, 2010

Austin Stories

Stel je voor dat een tv zender zoals MTV niet zou bestaan. Dat is decennia lang het geval geweest. Toen MTV in de jaren ‘90 een Nederlandse tak kreeg buitelden de critici overelkaar heen; alléén muziek? Geen opvoedkundige kwaliteit? Er was iemand die stelde dat MTV het gezonde voedsel buiten beschouwing liet. Een zender die je alleen maar toetjes voorschotelt, dat is moreel toch niet te verdedigen!
MTV was hip; in Londen streek men in de wijk Camden neer, toen dé hotspot-in-wording. De invloed van de nieuwe zender was duidelijk voelbaar, pré breed gedragen en geconsumeerd internet. Het aanbod bestond tot die tijd uit Avro’s Toppop, Veronica’s Countdown en de Top 40. Maar die kaartten alleen de hits aan.  Een non-stop tv zender met hoofdzakelijk muziek kwam blijkbaar als geroepen.

Wat MTV ook deed was programma’s uitzenden die vooral jongeren aangingen; Beavis and Butthead, Daria, The Maxx, Aeon Flux. En Austin Stories.
Austin Stories was de eerste prime time sitcom die MTV uitzond. In 1997 volgden mijn vrienden en ik de bezigheden van de merkwaardige personages die de serie bevolkten. Zoals de titel al aangeeft speelt de comedy zich af in Austin, Texas. Laura, Chip en Howard, de hoofdpersonen zijn in het echte leven (of waren toen althans) komieken in het stand up circuit aldaar.

Laura House is degene met hersens, ze werkt bij de redactie van de plaatselijke krant. Ze weet dat ze slim is en dit uit ze door nogal cynisch uit de hoek te komen en haar collega’s rond te commanderen. Zo noemt ze haar baas in aflevering 8 ‘girl bladder‘ (hij drinkt heel veel water om ‘fit’ te blijven).

Brad ‘Chip’ Pope speelt Chip, een verwarde klungel. Zijn vriendin, Angie, dumpte hem, maar hij bivakkeert nog steeds in haar huis. Waar Chip ook over praat, elk gesprek voert uiteindelijk naar Angie. Chips zelfvertrouwen is nihil; ook al is hij voor Angie een allang gepasseerd station, en gaat ze met andere mannen naar bed, Chip hoopt nog steeds op een romantische hereniging.

Howard Kremer is een jongere versie van Seinfeld’s Cosmo Kramer; hij heeft geen huis, geen baan, geen geld, en scoort voortdurend bij de vrouwen.

Er gebeurt niet bijster veel in een aflevering, men hangt wat rond in Hernandez Café, al dan niet existentialistische gesprekken voerend. Wat dat betreft is de serie absoluut schatplichtig aan Richard Linklater’s Slacker, een film die Austin in één keer op de kaart zette als stad der vermakelijke zonderlingen. De film was een grote hit op Sundance in 1991 en werd er genomineerd voor de juryprijs.

Slacker is erg simpel opgezet; de camera volgt schijnbaar doelloos een aantal niet-werkende, rondhangende jongeren gedurende een dag. Het begint met een jongen (Linklater zelf) die van het busstation komt en een taxi naar huis neemt. Onderweg doet hij aan een ongeïnteresseerde taxichauffeur zijn theorie uit de doeken waarin niet gekozen opties in het leven een parallelle werkelijkheid worden. Nadat de jongen is uitgestapt wordt er een vrouw aangereden. De camera zoomt uit en heeft algauw een nieuw onderwerp in het vizier; de jongen die haar overreed. Hij blijkt haar zoon te zijn. Zo speelt de film zwaan-kleef-aan bij verschillende personen (een man die ervan overtuigd is dat er al veel langer maanlandingen worden gemaakt dan de overheid ons wil doen geloven, een meisje dat Madonna’s uistrijkje op straat probeert te verkopen, een jongen geobsedeerd door complottheorieën over de moord op John F. Kennedy) totdat het einde van de dag is verstreken en de volgende ochtend is aangebroken.

Slacker zette de toon voor de onafhankelijke fim in de jaren ‘90. Je ziet de invloed van Linklaters film terug in o.a. Clerks van Kevin Smith.

Toentertijd vond ik vooral de timing en montage van Austin Stories opvallend. Net als iemand doorheeft dat hij of zij wordt beetgenomen of afgezeken is en wil reageren wordt er geknipt. Terwijl iemand staat te hakkelen en iets wil zeggen begint een andere scène.

In aflevering 8 gaan Laura, Chip en Howard met vrienden een dagje zwemmen in de rivier. Laura treft grondige voorbereidingen, maar dat is geen garantie voor een geslaagde dag.
Neva, die samen met Howard is opgegroeid, gaat ook mee. Ze is verliefd op Howard, maar deze probeert haar aan Chip te koppelen, wat grandioos mislukt. Uiteindelijk bezwijkt Howard toch voor de charmes van Neva.

[Neva kust Howard]

Howard: “Neva, don’t do that!”
Neva: ‘Why?”
Howard: “You’re like my little sister, I watched you grow up!”

[Neva kust hem nogmaals]

Howard: “Or my cousin……one million times removed.”

Chip is kwaad als hij achter Howard’s verraad komt.

Chip: “What did you guys do?!”
Howard: “Nothing! She attacked me!”
Chip: “Uh huh huh…so, so you’re blaming her?”
Howard; “Yeah! And by the time I regrouped I already surrendered.”
Chip: “Look, I expect you to do this to a lot of people, but not to me.”
Howard: “No, I do it to you.”
Chip: “You know, I really liked her.”
Howard: “She likes you too, but it’ just…I changed her diapers, you know. I mean she…she feels comfortable around me.”
Chip: “It’s… hard to trust you.”
Howard :”But Angie you could trust?! She doesn’t even give you the time of day…and I’m here bustin’ my […] tryin’ to help you!”
Chip:”…”
Howard: “What are you lookin’ at…?”
Chip: “There’s like, this cool bird…”
Howard: “You’re mad at me and you can’t even pay attention!?”

In verband met muziekrechten is de serie nooit op dvd uitgebracht (Austin Stories op Facebook:“I guess old Smashmouth songs cost more than you think!”). Gelukkig is er iemand geweest die het grootste deel op Youtube heeft gezet. Ik kijk zo nu en dan een aflevering, voor old times’ sake. En omdat ik er blij van word.

dinsdag, november 16th, 2010

Categories film TV persoonlijk popcultuur

Nov 4, 2010

Games enzo

Eigenlijk ben ik wel de laatste persoon die iets over games zou moeten schrijven. Mijn niet al te extensieve ervaring met dit fenomeen is… niet al te extensief.

Laatst zocht ik op Youtube naar een glimp van het spelletje Skunny Kart. Ik speelde het 15 jaar geleden voor het laatst en de tune van dit lollige race-spelletje is altijd in m’n hoofd blijven zitten. Iemand heeft 8 minuten van deze ongein opgenomen en op internet gezet. Je moet aan allerlei verouderde systeemeisen voldoen voor je dit spel weer zou kunnen spelen. Dus ik stel me tevreden met een terugblik.

En toen het, in 1994, geen terugblik was, deed ik hetzelfde. Kijken hoe m’n vrienden level na level opklommen in Super Mario. Ik word nerveus van wat je allemaal moet doen om vooruit te komen in zo’n spel. Ik word helemáál zenuwachtig van Doom en aanverwante digitale rondzwervingen in zichtbaar heel lang niet gedweilde gangen en ondergrondse kelders.

Het eerste spel dat ik speelde was Pong, op de zwart-wit tv bij m’n speelkameraadje thuis. Hele middagen vermaakten we ons ermee. Eerst zo’n 20 minuten wachten tot het spel was geladen en dan gingen we los! Ik herinner me nog steeds die opwinding tijden het spelen van Pong. Prachtig vond ik het; de computer was nieuw, en het jaar 2000 was een toekomstgetal van Battlestar Galactica-achtige proporties. Door dit spel kreeg ik het idee dat ik de toekomst inging. Pong heeft alles wat een spel nodig heeft om te boeien, en dat op zo’n droge minimale manier dat het me niet verwondert dat er een tijd geleden een heropleving  plaatsvond. Het spel is tijdloos.

Tijdlozer dan bijvoorbeeld The 7th guest, een spel waarin je een moordenaar moet zien te ontmaskeren door puzzels op te lossen. Het speelt zich allemaal af in een nogal spooky villa, met gescripte intermezzo’s. Dat was toen nieuw. Ik vond het een spannend spel, daar niet van, maar toen ik laatst hiervan een trailer terugzag leek het allemaal een beetje lachwekkend, niet in de laatste plaats om de abominabele acteerspretaties. Het is een spel met statische puzzels ingebed in een eng verhaal.
Ik heb het spel nooit uitgespeeld. De puzzels waren te moeilijk.

Toch vond ik dat gemier met raadsels oplossen leuker dan race spelletjes. The Need for Speed werd gespeeld door elke jongen die ik kende. Ik vond het zó saai. En ik bakte er ook helemaal niks van. Het leek me leuk om met de racewagen de baan te verlaten, het gras in te rijden en dan te kijken wat er verderop, voorbij de racebaan was. Zo zijn spellen natuurlijk niet ontworpen, maar dat ging er toen bij mij niet in, geloof ik.

Op een avond zapte ik langs één van de Belgische tv zenders. De film Hotel Rwanda was net gestart. Naarmate het verhaal vorderde moest ik aan mezelf bekennen dat ik niet wist waar Rwanda precies lag. Ik was al een tijdje bezig met het spelen van topografiespelletjes, omdat ik net zo’n beetje alle hoofdsteden van de Amerikaanse staten uit m’n hoofd had geleerd. Aangezien de site waarop ik die spelletjes speelde topografisch gezien de hele wereld omvat, ging ik aan de slag met Afrika. En Oceanië. En Mexico. Zuid Amerika.
Veel computerspelletjes vernauwen je focus; als je intensief met om het even welke uitgave van het spel MYST bezig bent, valt alles om je heen weg. Topografie schuift het venster naar de wereld juist open. Ik begon films op te zoeken die te maken hadden met politieke situaties in bepaalde gebieden; Salvador, van Oliver Stone, waar James Woods als gesjeesde reporter in een opstand terecht komt. Of The Battle Of Algiers, een imposante film over de onafhankelijkheidsstrijd van Algerijnen tegen de Franse kolonisatie.

Een tijd geleden droomde ik over een afvalrace à la Expeditie Robinson gecombineerd met Google Street View. Stel je voor dat je een geavanceerde versie van Google Street View met het mijns inziens tanende Second Life zou kunnen combineren ( wat ik me van Second Life vooral herinner is het met stront besmeurde virtuele kantoor van John Edwards).
Je zou je eigen game op kunnen zetten op Pago Pago. Of in Edmonton. Maar aangezien ik met ‘een geavanceerde versie’ van Google Street view een compleet ge3D-d wereldstratenboek bedoel, zal dat er, in verband met de wet op de privacy, wel nooit komen.
Dus blijft het voor mij bij statische topografiespelletjes aan de ene kant, en raadsels oplossen in een game als MYST aan de andere kant.

Want MYST III Exile was een instant verslaving. Een studiegenoot had MYST II Riven gespeeld in de herfstvakantie, vele seizoenen terug. Het koude weer buiten had haar niet gedeerd, vertelde ze, want zij zat samen met haar vriendje achter de computer in een in zon ondergedompelde wereld. “Alsof we op vakantie waren.”
Merkwaardig, hoe computerspellen je zo naar een andere -niet bestaande- wereld kunnen transporteren. Als ik terugdenk aan mijn tocht door MYST III, voelt het inderdaad alsof ik daar echt was, kijkend naar  uitheemse bouwsels vanaf een rots, vliegend van de ene wonderlijke wereld naar de andere.

Persoonlijk hou ik niet zo van fantasy. Eigenlijk is dat een understatement. Ik vind het vreselijk. Sci fi kan (Blade Runner, William Gibson), maar voor fantasy ben ik waarschijnlijk te cynisch. MYST III gaat wel de fantasykant op, maar ik vind het geheel net duister genoeg om langdurig te kunnen boeien.

Ik bleef tot laat in de nacht wakker. Coördinaten krabbelend op diverse briefjes, notities makend om de door het spel gepresenteerde raadsels op te lossen teneinde hogere levels te kunnen bereiken. En wanneer ik dan ging slapen liep ik weer door de ondergrondse gangen, zoekend naar de oplossing.
Verontrustend was dat de invloed van het spel ook doorwerkte in het dagelijkse leven. Was een weg, of een doorgang door een hek afgesloten, dan nam ik geen andere weg, maar bleef kijken naar een oplossing, een code, een verborgen sleutel. Toen ik merkte dat ik me ietwat vreemd ging gedragen heb ik m’n uren achter de computer teruggeschroefd.

Zijn games met hun kleurrijke, niet bestaande flora en fauna, met hun helse taferelen van monsters, vuur en bloed, een uitvloeisel van wat Aldous Huxley ‘transportation’ noemt?
In zijn essay Heaven and Hell (1954) spreekt Huxley van de antipoden van de geest; hiermee bedoelt hij die delen van de geest die men kan bereiken door vasten, vitaminegebrek, zelfkastijding.  Deze uithoeken van onze hersenen zijn biologisch gezien nutteloos. Tegenwoordig kan men deze krochten van de hersenpan bezoeken door middel van geestverruimende drugs, zonder gevaar voor het eigen welzijn (mits goed gedoseerd etc.).
Transportation vindt plaats doordat men wordt afgeleid van het dagelijkse bestaan door bijvoorbeeld een mooi schilderij, of de schittering van een edelsteen. Dit raakt aan deze antipoden en brengt de mens in een bepaald soort vervoering. Denk maar eens aan een kampvuur.
Huxley vindt dat we tegenwoordig zo overvoerd zijn met dit soort ervaringen dat het steeds moeilijker is om eenzelfde extase te bereiken.

“Familiarity breeds indifference. We have seen too much pure, bright colour at Woolworth’s to find it
intrinsically transporting.”

Heaven and Hell is samen met zijn Doors of Perception gebundeld als één uitgave. In Doors of Perception gaat Huxley dieper in op het geestverruimende gegeven; hij neemt LSD en maakt vervolgens notities van wat hij voelt en ziet.

De role-playing spellen en dito virtuele gemeenschappen op internet geven ons de mogelijkheid ons bijna permanent terug te trekken uit het ‘gewone’ leven. Herinneringen aan niet bestaande plaatsen en gebeurtenissen overkwamen me toen ik laatst op Youtube een filmpje vond over MYST III. Herinneringen aan dromen, denkbeelden, fantasieen voelen niet raar, die zijn van jezelf, ze zijn ontsproten aan je eigen geest.  Maar spellen als MYST creëeren een droomachtige ervaring die gek voelt om aan terug te denken omdat het een niet bestaande werkelijkheid is, bedacht buiten jezelf.

Ik denk dat ik MYST IV binnenkort eens ga uitproberen.

donderdag, november 4th, 2010

Categories persoonlijk popcultuur

Jun 14, 2010

John Gilmore

Eindelijk heb ik doorgevoerd waarvan ik in 1998 een mentale notitie had gemaakt; een aantal boeken aanschaffen van de auteur John Gilmore.

In 1998 kwam ik in aanraking met het tijdschrift Fringe, dat ter meeneem lag op het Crossing Border Festival. Daarin stond, naast informatie over het boek van Michael Gira (ook nog niet gelezen), een interview met John Gilmore.

Ik was wel bekend met pulp romans van Elmore Leonard, maar deze John Gilmore scheen fascinerende true crime verhalen te pennen over de trashy zijde van Tinseltown en daar was ik erg benieuwd naar.

Ik vond het lastig aan informatie te komen over deze schrijver. Het enige wat ik had was dat nummer van Fringe. Internet was nog gerantsoeneerd, want de enige plek waar ik iets kon opzoeken was op de computerwerkplaats op de academie (plekje reserveren, anders vol). Omdat ik nog moest leren hoe informatie te zoeken op internet, belandde ik steevast op Amazon.com. Niet zo gek natuurlijk, maar de informatievoorziening aldaar vond ik te summier.

Gilmore is behoorlijk succesvol, dus waarschijnlijk bevond ik me gewoon aan de verkeerde kant van de oceaan, speurdersgewijs.

Een aantal weken geleden begon ik in zijn boek L.A. Despair. Nu ik terugkijk is het gek dat ik moeilijk op gang kwam in het boek, want toen ik er op een Spaans terrasje eens goed voor ging zitten kon ik het nauwelijks wegleggen. Het verhaal over het leven van pornoster John Holmes en de aan hem gekoppelde Wonderland moorden (bloediger dan de bekende Tate/ LaBianca moorden door de Manson Family, waar Gilmore overigens ook een boek aan wijdde) is gruwelijk en leest als een trein.

Het verhaal over Barbara Payton raakte me; een koppige eigenwijze vrouw die roem en rijkdom zoekt, dat vindt, en uiteindelijk letterlijk in de goot eindigt. De foto’s spreken boekdelen. Van blonde schone naar tandeloze drugsverslaafde, de afkalving is genadeloos.

Ik schafte Gilmore’s bestseller, Severed, aan. Een van de meest legendarische onopgeloste moordzaken: The Black Dahlia. Wat kun je
daarover vertellen dat nog niet is gezegd? Het gegeven is een paar jaar geleden nogal inspiratieloos verfilmd, ik verwachtte iets met veel feiten en cijfers.

Had ik het even goed mis!

Het boek uit 1994 sleurt je mee in het korte leven van Elizabeth Short, de Black Dahlia. Gilmore beschrijft haar jeugd tijdens de Grote
Depressie, haar dromen en haar liefdesleven tegen de achtergrond van WOII en Pearl Harbor. Je voelt zijn affiniteit met -en kennis van- deze tijd en de kringen waarin ze verkeerde.
Ze maakte plannen hoewel ze deze nooit in iets concreets omzette. Ze had geen vaste verblijfplaats, zwevend tussen realiteit en de droom om door te breken. Die doorbraak zou er nooit van komen.

De acteur Franchot Tone, later Barbara Payton’s geliefde, schetst het beeld van een getroubleerde vrouw, die het aan eelt op de ziel leek te ontbreken. Hij was bijna bang voor haar, bekende hij. John Gilmore heeft Short zelf nog ontmoet, toen hij 11 was, enkele maanden voordat ze werd vermoord. In Severed noemt hij de persoon die naar alle waarschijnlijkheid de dader is.

Omdat Gilmore wil dat de lezer het verhaal in wordt getrokken houdt hij zich niet bezig met het optekenen van allerlei data. Op deze manier voelt het leven van de Black Dahlia ècht en niet als een chronologisch geschiedenislesje, waarbij je onbewust afstand neemt omdat het drama zich in het verleden afspeelt.

John Gilmore is scriptschrijver, acteur, regisseur, gonzo journalist. Hij schrijft op subjectieve en anekdotische wijze. Zijn verhalen staan bol van het taalgebruik van voorbije tijden,  en zijn alinea’s bezitten een dynamiek, alsof je in een cadillac met grote snelheid dwars door de volzinnen racet.

Hij was een goede vriend van James Dean (over wie hij later een boek schreef). Hij hing met Eartha Kitt en werd gerekend tot de Night Watch (een denigrerend bedoelde term, bedacht door de roddelpers), een groepje motorrijdende jonge acteurs dat Googie’s, een coffeeshop op Sunset Boulevard frequenteerde tot in de late uurtjes. Hij onderhield vriendschappen met o.a. Françoise Sagan, Brigitte Bardot, en Dennis Hopper.

Maar die glinsterende hoogtijdagen van Hollywood, toen de V.S. nog het Kanaän van de wereld scheen, zijn geteld.

Gilmore is een overlevende van die tijd, van de beat-generatie, waarin men kwistig met allerlei drugs strooide: Dennis Hopper was tijdens het maken van Easy Rider zo high dat hij vergeten was een aantal scenes te filmen. Na het feestje ter ere van het afronden van de film moest er dus toch weer op locatie geschoten worden. Gilmore bevond zich voortdurend onder mensen die de glijdende schaal van sex drugs en rock ‘n’ roll afroetsjten, zoals Janis Joplin, Jim Morrison en James Dean.

In de film Fear and Loathing in Las Vegas krijgt de film een grimmig karakter wanneer Hunter S. Thompson en zijn advocaat het hotel waarin ze verblijven vluchten. Ze belanden aan de noordkant van Vegas, waar de advocaat een serveerster tot op het bot beledigt als hij haar per briefje een zeer oneerbaar voorstel doet.

Die scène, die uitzichtloosheid en ranzigheid, daaraan moet ik denken als ik het relaas van bijvoorbeeld Barbara Payton of John Holmes lees. Het verhaal van John Holmes gaat ook over zijn ‘vriendschap’met Eddie Nash, een van de belangrijkste onderwereldfiguren van die tijd in Hollywood. Nash’ praktijken zijn ronduit duister.

Gilmore wilde eerst een compleet boek aan zowel Nash als Payton wijden, maar al die ellende vreet na verloop van tijd een gat in je ziel. Hij zag er vanaf. “Disheartening” noemt hij het zelf.

En je krijgt nogal wat voor je kiezen als je de dagboeken van Charles Schmid (Cold Blooded-The Pied Piper of Tucson) in handen krijgt en
Charlie Manson, Bobby Beausoleil en de meisjes van de Manson Family interviewt.

Al met al schetst Gilmore een fascinerend tijdsbeeld over de schaduwzijde van het leven in zowel de ‘fast lane’ als in de marge van het bestaan.

Ik begin handenwrijvend aan zijn oeuvre.

maandag, juni 14th, 2010

Categories boeken popcultuur

Feb 28, 2010

Een Oude Ray Gun 1

Toen de Berlijnse Muur viel in 1989 was ik 13. Op de lagere school leerden we tot dan toe over het IJzeren Gordijn. Ik geloof niet dat ik echt doorhad wat dat inhield, ik zag alleen een stug waaierend gaasgordijn voor me, in de geest van Christo’s kunstwerken. Het klonk wel mysterieus.
Toen Tito nog leefde, was Joegoslavie een goed bezocht vakantieoord, Dat leek mij ook erg exotisch. Mijn oma, die samen met mijn opa Joegoslavië als vakantiebestemming had bezocht zei vaak tegen me dat de tijd nog wel zou komen dat ik zelf met het vliegtuig zou gaan reizen. Dat was natuurlijk een geweldig vooruitzicht.
Als ik uit logeren was bij mijn andere oma, Beppe, las ik de oude meisjesromans die daar in de kast stonden. Joop ter Heul, Herrie-Let. Hopeloos ouderwets. Een wereld waarin meisjes, als ze niet meteen een gezin stichtten na school, als typiste op een kantoor werken tot ze door een fatsoenlijke jongeman het hof werden gemaakt.
In de Gerda Omnibus, schopt Gerda het tot stewardess en daarnaast slaat ze ook nog een piloot aan de haak (ook adopteren ze een kindje uit Afrika, dat de piloot liefkozend zijn ‘koffieboontje’ noemt. Dat soort koloniale termen kunnen toch echt niet meer zou je zeggen, toch werd er een tijd terug in het dating-programma Take Me Out een gelijkwaardig staaltje ten beste gegeven. Oy Vey!)

Toen ik 13 was, kon ik me sowieso niet zoveel over de toekomst voorstellen. De plaatsen waar het allemaal scheen te gebeuren leken zo ver weg. Ik was op m’n elfde een keer naar Ahoy in Rotterdam geweest. Samen met mijn vader, die ik als een man van de wereld beschouwde, nam ik de trein naar deze metropool. We gingen met de metro naar Ahoy. Ik at mijn eerste pizza daar in een winkelcentrum.
Daarvoor was ik eens met Beppe meegegaan toen ze haar nicht in Leeuwarden bezocht, deze nicht woonde driehoog. Eén blik op het trappenhuis in de portiekflat en ik wist dat ik altijd een balkon boven een achtertuin zou verkiezen. Mijn eigen Manifest Destiny heeft daar haar wortels.

De beelden van huilende, juichende mensen op tv, toen de Muur openging; ik zag het op tv en wist dat ik naar iets keek wat ook in de daaropvolgende decennia als iets belangrijks zou worden gezien. Maar zo voelde het helemaal niet.

Vorig jaar, tijdens een hangweekend bij vriendin M bekeken we haar oude agenda’s. Blijkbaar hadden we in 1992 dezelfde agenda gehad, want ik herkende de Pall Mall reclames, het verslag van de modellenwedstrijd, en de veilig vrijen campagne. De eerste zin van de Pall Mall advertentie is, nu ik terugkijk, onbedoeld grappig: “Ik zei nog zo, linksaf!” Verdwaald in een ruig lanschap, poseert een nors kijkend stelletje in stoere kleding. Iets met een fourwheel drive en veel zand. Internet stond in de kinderschoenen en gedrukte media was nog oppermachtig. In het boek “Standing On The Shoulders Of Giants” worden de “Masters of Advertising”  (2001, Hermann Vaske) geïnterviewd waaronder George Lois en Jerry della Femina (die eens een presentatie aan een klant gaf waarbij hij deed of hij voorlas, in werkelijkheid stond hij met een leeg vel papier in handen).
Sommige advertenties uit die tijd hebben werkelijk lappen tekst voor hedendaagse begrippen.

Toen ik midden in de jaren 90 zat vond ik dat decennium ondefinieerbaar. Terugkijkend valt er genoeg te categoriseren. In 1992 was ik blij dat die belegen jaren ‘80 eindelijk voorbij waren. Ik was ervan overtuigd dat de jaren ‘90 stijlsgewijs een enorme vooruitgang zouden zijn en dat er een breuk zou worden gemaakt met alles wat 10 jaar daarvóór hip was. Mijn denkfout was dat ik dacht dat ik wist wat stijl was.

Tijdens lessen op de kunstacademie (1995) waren studenten als een gek tijdschriften aan het verknippen en plakken (laatst keek ik met vrienden de serie ‘Lipstick on your Collar’ van Dennis Potter, en toen zei iemand tijdens de kantoor-scènes: “Kijk eens naar die bureaus. Geen computers. Alleen maar papier.”). Het magazine Rails was gewild. In de trein van en naar Kampen werd de kreet “rails hoort thuis in de trein” niet gehoord.
Begin vorig jaar bezocht ik het Moma in New York, waar op dat moment een expositie van George Lois te zien was. 32 van de door hem ontworpen Esquire covers uit 1992 werden geëxposeerd. Ook de werkwijze van George Lois kwam aan bod.
Het was verfrissend om te zien hoe zijn concepten zonder nullen en enen tot stand kwam.

Bladen die we gaaf vonden waren o.a. Blvd (tot Gert Jonkers het voor gezien hield als hoofdredacteur), Interview, de gebonden Mediamatic issues met interactieve cd-roms, Fringe, en natuurlijk de Ray Gun, met als held de artdirector David Carson. Nu ik een OV  studentenkaart had, ging ik regelmatig naar Amsterdam, waar ik uren doorbracht in het American Book Centre en Athenaeum.

Ik heb nog steeds stapels Blvd’s thuis liggen. Een oude Metropolis M (Revolt!) ligt op de stapel nieuwere issues, maar wat ik bovenal koester is #71 van Ray Gun, met Chris Cornell op de cover. Als ik dat nummer doorkijk is het of ik over m’n schouder terugkijk naar de tijd waarin het blad vers van de pers was, en niet half aan gort gesneden door een fileermesje. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat dit blad oorspronkelijk niet van mij is. Het was van π, en hij en zijn fileermesje waren toentertijd onafscheidelijk. Het nummer is altijd blijven rondslingeren tot aan ons samenwonen in Arnhem aan toe. Tijdens ons uiteengaan en het hele cd-van-jou-cd-van-mij gebeuren ben ik eerlijk geweest in het verdelen. Maar ik was erg gehecht geraakt aan die Ray Gun, en ik had het idee dat het blad me meer vertelde over 1999 dan al mijn dagboeken uit die tijd ooit zouden kunnen zeggen. Dus nam ik het mee.

Interviews met bands die de melktand des tijds niet hebben doorstaan, de Silver Tab reclames met illustraties (de tekengolf was net weer aan het opkomen) de sneakers met alternatieve sluitingen. Zaterdagmiddag in kleermakerszit op de grond, schetsend, tijdschriften en boeken lezend met Sublime, Pavement, of Jane’s Addiction op de achtergrond. Een instant sentimental journey. Er kwam zoveel nieuws op m’n pad en tegelijkertijd weet ik nu hoe vreselijk naïef we toen waren.

David Carson had bij het verschijnen van # 71 de redactie van Ray Gun allang verlaten. Carson is natuurlijk enorm bekend geworden door zijn onorthodoxe layouts en gebruik van fonts. Zijn stijl van typografie suggereerde het einde van geprinte media (gezien de groeiende populariteit van internet), verschilende typefaces werden doorelkaar gegooid, zodat tekst een onontwarbare kluwen werd, waar geen touw meer aan vast te knopen was.

In de tweede helft van de jaren ’90 verspreidde internet zich snel. Ik begon Netscape sympathiek te vinden en heb nooit aan het logge en onelegante Internet Explorer kunnen wennen. Toen ik doorkreeg hoe je informatie moest zoeken was ik uren zoet. Ik zocht websites op die door magazines werden aangeprezen (o.a. baader-meinhof.com)

Op nieuwjaarsdag 2010 keek ik ’s middags een film “A Chance of Snow”, die, erg genoeg, op imdb.com nog een 5,9 scoort ook. Het gaat over een echtpaar met kinderen. De ouders willen gaan scheiden, maar ze komen vast te zitten op een vliegveld. Michael Ontkean speelt de overspelige man, en geloof me, je wilt Sherrif Truman uit Twin Peaks niet in zo’n draak van een film zien.

Ik probeerde te raden in welk jaar deze film was gemaakt. Mijn gok was 1989/90. Op de aftiteling stond 1998.

Late nineties romcoms have abosolutely abysmal costume departments, merkte een Facebook vriendin laatst op. En ze heeft gelijk. Toch heeft “A Chance Of Snow”. iets troostends. En dat sentiment hangt ergens tussen ‘wat liepen we er toen vreselijk bij’ en misschien stiekem toch al een beetje nostalgie. Toen er nog geen Iphone was, maar we status ontleenden aan het Swatch horloge.
In het boek Generation X, Tales for an accelerated culture (1991, Douglas Coupland) deelt een van de hoofdpersonen een dierbare herinnering met zijn vrienden. Hij vertelt dat hij zelfs tijdens moment al heimwee had terwijl de gebeurtenis nog in volle gang was.

Mattel, Reaganomics, kernwapens. Swatch, Golfoorlog, Green River Killer.
In elk decennium zijn er rottigheden en ellende, maar tot m’n 16e was ik redelijk afgeschermd (en op de academie las ik geen kranten). Ik leefde ook een beetje in m’n eigen fantasiewereld, dus mijn beeld is enorm vertekend. Dat is misschien maar goed ook; ik heb me per slot van rekening genoeg zorgen gemaakt over het verdwijnen van de aardlagen en zure regen, als 10-jarige, voor het slapengaan.

zondag, februari 28th, 2010

Categories persoonlijk popcultuur

Een Oude Ray Gun 2

De tijdlus waarin iets van  ‘cool’, naar niet cool gaat en vervolgens hernieuwd succes krijgt, lijkt steeds korter te worden. Hipsters/ scenesters dragen kleding die behoorlijk fugly zijn, maar door hun ‘ironische’ waardering van die lelijkheid wordt het dragen ervan weer ok. Tevens wekken hipsters de indruk dat ze totaal onverschillig staan tegenover hoe men op anderen overkomt. Alle marginale subculturen worden op een hoop gegooid, authenticiteit wordt opzettelijk gepresenteerd als afgeragd. Alles is referentie.
En daar steekt een ander fenomeen de kop op, in 1993 geïntroduceerd door de filosoof Jacques Derrida in zijn werk “Spectres de Marx”, namelijk Hantologie (Hauntology).

Hauntology is de tegenpool van nostalgie. De term is een portmanteau van Haunt en ontology. De term geeft aan dat het heden alleen kan bestaan in relatie tot het verleden. Derrida stelt in zijn werk uit 1993, Spectres of Marx, dat “aan het eind van de geschiedenis” (refererend aan het essay van Francis Fukuyama uit 1989), men standpunten over ideeën, die eerder als archaïsch en ouderwets werden bestempeld, zal herzien. Men richt zich niet zozeer op het feitelijke verleden alswel op de ‘geest’ van het verleden.
De scheidslijn tussen het verleden, heden en toekomst is dun. Het heden wordt altijd door verleden en toekomst beïnvloed, ze overlappen elkaar. Hauntology gaat in die zin over het Shakespeariaanse ‘to be or not to be’, een nogal paradoxale staat van ‘zijn’.  Het concept “geest” behoort noch tot het heden, noch tot het verleden.

Derrida’s idee is gebaseerd op Karl Marx’ bewering dat “Un spectre hante l’Europe - le spectre du communisme.”. Derrida stelt dat de geest van het communisme aan relevantie heeft gewonnen na de val van de Muur. Omdat Europa nu herenigd is, en er geen lijden meer is onder een dictatuur, is ze geïsoleerd van het lijden dat zich in de rest van de wereld afspeelt.  Als gevolg hiervan zal de interesse voor het communisme binnen Europa uiteindelijk weer toenemen.

Ik heb boeken gelezen over het Kafka-eske karakter van de DDR en ik kan me niet voorstellen dat men, Ostalgie ten spijt, weer terug zou willen naar het communisme. Inwoners van de voormalige DDR zijn hier en daar wel sympathisant, dat kan ik me ook wel voorstellen gezien de manier waarop de hereniging tussen Oost- en West-Duitsland heeft plaatsgevonden. Maar ik krijg er een ‘vleespotten van Egypte’ gevoel bij.

Volgens Fukuyama ging de evolutie van de geschiedenis altijd over de strijd tussen verschillende overtuigingen. Dat gevecht wordt beslecht na de Koude Oorlog en de val van de Muur, zo schrijft hij in zijn boek “The end of History and the last Man”. De constitutionele democratie zal als ultieme regeringsvorm worden gezien, politiek- en economisch liberalisme zullen zegevieren.

Maar economisch liberalisme valt vaak samen met kapitalisme. In een tv-interview uitgezonden door de ZDF, zegt de Amerikaanse schrijver David Foster Wallace dat de werking van het kapitalisme en het aanzetten tot consumeren een goed systeem is om een economie draaiende te houden, maar dit is niet geschikt voor het sociale aspect van de maatschappij. Naar aanleiding van de crises die ons in de Noughties hebben geteisterd zie je niet de saamhorigheid die werd beschreven tijdens bijvoorbeeld de Grote Depressie in de jaren ‘30 in de V.S., zo redeneert hij. Men sluit zich nu op in een SUV, men sluit zich af in dit tijdperk van verregaande individualiteit.
De invloed van het kapitalisme doet zich gelden op het culturele vlak, zo stelt ook Fredric Jameson in zijn werk “Postmodernism, or, the Cultural Logic of Late Capitalism” (1991).  Culturele innovatie stagneert. Entertainment entertaint slechts en daagt niet uit.

Een geschiedenisdocent op de Havo tekende eens een lijn op het schoolbord. Aan de ene kant van de lijn noteerde hij “extreem links”, aan de andere kant “extreem rechts”. Daarna vervormde hij deze rechte lijn tot een cirkel. Extreem links en rechts stonden ineens vervaarlijk dicht bijelkaar. Verregaande individualiteit en grijze massa zijn minder grote tegenpolen dan ze ons toeschijnen. Een voorbeeld is hoe internet (sub)culturen versneld verspreidt. De mainstream bestaat bij de gratie van de marge. Invloeden uit marginale bewegingen worden opgepikt, ontdaan van de scherpe randen en gepresenteerd als nieuw en origineel. American Apparel is wat dat betreft een McDonalds op het gebied van kleding geworden.

Misschien dat Hauntology daarom weer overal opduikt. Muzikanten als Ariel Pink, Burial, en Washed out maken in hun muziek gebruik van het Hauntology uitgangspunt. De nummers van Burial refereren niet zozeer aan de rave scene, ze roepen een vaag idee op van die scene, zonder er een concrete uitspraak over te doen. Ik las in een recensie van zijn album “Untrue” dat de muziek nog het meeste het gevoel na een rave weergeeft, de lege dansvloer, de pillen die zijn uitgewerkt. Een verlangen naar iets dat nooit echt was.

Ariel Pink’s muziek klinkt als een kapotte transistorradio, maar zijn liedjes zijn bijzonder catchy, en ondanks de schijnbaar nonchalante uitwerking voelen de nummers als echte liedjes. Brian Wilson is een grote invloed, maar Ariel geeft aan die invloed een geheel eigen draai, alsof zijn nummers in een parallel universum zijn opgenomen.

Washed Out klinkt als muziek die ik vroeger als 10-jarige goed had gevonden, iets wat de oudere zussen van mijn vriendje op hun slaapkamer gedraaid zouden hebben (Washed Out klinkt bekend en nieuw tegelijk. Je denkt dat je de tracks herkent, en tegelijkertijd weet je dat dat niet zo is). Bij gebrek aan een eigen oudere zus, keek ik enorm tegen hun op, met als gevolg dat ik alles omarmde wat zij interessant vonden. Washed Out is geen vingeroefening in het retro spandex jaren 80 kunstje, maar meer etherisch. Nadat je in Club Tropicana in dat zwembad bent gesprongen, word je overspoeld door een verlangen op te gaan in de kleuren en indrukken om je heen. “Feel it all Around”.

Zelfs J Dilla wordt zijdelings geassocieerd met Hauntology, omdat zijn nummers een bric à brac zijn van geluidjes, vage effecten, en obscure non referenties.
Horen we muziek in het toevallig samengaan van geluiden?

Ik las dit op internet en vond het een heel mooie verwoording van wat Hauntology in muziek nu ongeveer behelst:
[…]music as recorded artifact, facing both backwards and forwards simultaneously, an inscripted trace that is neither presence nor absence but a spectral apparation that both references and eludes such binary oppositional catagories (sic)[…]
(gepost door ‘John Doe’ op dissensus.com)

Zo nu en dan sla ik die oude RayGun weer open, de modereportages ogen nog best fris, zo ook de spreads met daarin een item over “ Best of Graduate Fashion Week” in Londen. Ik probeer de inhoud met nieuwe ogen te zien. Want hoe oud een tijdschrift ook is, als het je herinnert aan waardevolle gebeurtenissen, momenten, ideeën, vind je tussen de regels, of als je net wegkijkt, iets anders, iets wat voor jezelf -zelfs 13 jaar na dato- weer relevant kan zijn.

zondag, februari 28th, 2010

Categories persoonlijk popcultuur

Tumblr