Een Oude Ray Gun (1)

februari 28th, 2010

raygun.jpg

Toen de Berlijnse Muur viel in 1989 was ik 13. Op de lagere school leerden we tot dan toe over het IJzeren Gordijn. Ik geloof niet dat ik echt doorhad wat dat inhield, ik zag alleen een stug waaierend gaasgordijn voor me, in de geest van Christo’s kunstwerken. Het klonk wel mysterieus.
Toen Tito nog leefde, was Joegoslavie een goed bezocht vakantieoord, Dat leek mij ook erg exotisch. Mijn oma, die samen met mijn opa Joegoslavië als vakantiebestemming had bezocht zei vaak tegen me dat de tijd nog wel zou komen dat ik zelf met het vliegtuig zou gaan reizen. Dat was natuurlijk een geweldig vooruitzicht.
Als ik uit logeren was bij mijn andere oma, Beppe, las ik de oude meisjesromans die daar in de kast stonden. Joop ter Heul, Herrie-Let. Hopeloos ouderwets. Een wereld waarin meisjes, als ze niet meteen een gezin stichtten na school, als typiste op een kantoor werken tot ze door een fatsoenlijke jongeman het hof werden gemaakt.
In de Gerda Omnibus, schopt Gerda het tot stewardess en daarnaast slaat ze ook nog een piloot aan de haak (ook adopteren ze een kindje uit Afrika, dat de piloot liefkozend zijn ‘koffieboontje’ noemt. Dat soort koloniale termen kunnen toch echt niet meer zou je zeggen, toch werd er een tijd terug in het dating-programma Take Me Out een gelijkwaardig staaltje ten beste gegeven. Oy Vey!)

Toen ik 13 was, kon ik me sowieso niet zoveel over de toekomst voorstellen. De plaatsen waar het allemaal scheen te gebeuren leken zo ver weg. Ik was op m’n elfde een keer naar Ahoy in Rotterdam geweest. Samen met mijn vader, die ik als een man van de wereld beschouwde, nam ik de trein naar deze metropool. We gingen met de metro naar Ahoy. Ik at mijn eerste pizza daar in een winkelcentrum.
Daarvoor was ik eens met Beppe meegegaan toen ze haar nicht in Leeuwarden bezocht, deze nicht woonde driehoog. Eén blik op het trappenhuis in de portiekflat en ik wist dat ik altijd een balkon boven een achtertuin zou verkiezen. Mijn eigen Manifest Destiny heeft daar haar wortels.

De beelden van huilende, juichende mensen op tv, toen de Muur openging; ik zag het op tv en wist dat ik naar iets keek wat ook in de daaropvolgende decennia als iets belangrijks zou worden gezien. Maar zo voelde het helemaal niet.

Vorig jaar, tijdens een hangweekend bij vriendin M bekeken we haar oude agenda’s. Blijkbaar hadden we in 1992 dezelfde agenda gehad, want ik herkende de Pall Mall reclames, het verslag van de modellenwedstrijd, en de veilig vrijen campagne. De eerste zin van de Pall Mall advertentie is, nu ik terugkijk, onbedoeld grappig: “Ik zei nog zo, linksaf!” Verdwaald in een ruig lanschap, poseert een nors kijkend stelletje in stoere kleding. Iets met een fourwheel drive en veel zand. Internet stond in de kinderschoenen en gedrukte media was nog oppermachtig. In het boek “Standing On The Shoulders Of Giants” worden de “Masters of Advertising”  (2001, Hermann Vaske) geïnterviewd waaronder George Lois en Jerry della Femina (die eens een presentatie aan een klant gaf waarbij hij deed of hij voorlas, in werkelijkheid stond hij met een leeg vel papier in handen).
Sommige advertenties uit die tijd hebben werkelijk lappen tekst voor hedendaagse begrippen.

Toen ik midden in de jaren 90 zat vond ik dat decennium ondefinieerbaar. Terugkijkend valt er genoeg te categoriseren. In 1992 was ik blij dat die belegen jaren ‘80 eindelijk voorbij waren. Ik was ervan overtuigd dat de jaren ‘90 stijlsgewijs een enorme vooruitgang zouden zijn en dat er een breuk zou worden gemaakt met alles wat 10 jaar daarvóór hip was. Mijn denkfout was dat ik dacht dat ik wist wat stijl was.

Tijdens lessen op de kunstacademie (1995) waren studenten als een gek tijdschriften aan het verknippen en plakken (laatst keek ik met vrienden de serie ‘Lipstick on your Collar’ van Dennis Potter, en toen zei iemand tijdens de kantoor-scènes: “Kijk eens naar die bureaus. Geen computers. Alleen maar papier.”). Het magazine Rails was gewild. In de trein van en naar Kampen werd de kreet “rails hoort thuis in de trein” niet gehoord.
Begin vorig jaar bezocht ik het Moma in New York, waar op dat moment een expositie van George Lois te zien was. 32 van de door hem ontworpen Esquire covers uit 1992 werden geëxposeerd. Ook de werkwijze van George Lois kwam aan bod.
Het was verfrissend om te zien hoe zijn concepten zonder nullen en enen tot stand kwam.

Bladen die we gaaf vonden waren o.a. Blvd (tot Gert Jonkers het voor gezien hield als hoofdredacteur), Interview, de gebonden Mediamatic issues met interactieve cd-roms, Fringe, en natuurlijk de Ray Gun, met als held de artdirector David Carson. Nu ik een OV  studentenkaart had, ging ik regelmatig naar Amsterdam, waar ik uren doorbracht in het American Book Centre en Athenaeum.

Ik heb nog steeds stapels Blvd’s thuis liggen. Een oude Metropolis M (Revolt!) ligt op de stapel nieuwere issues, maar wat ik bovenal koester is #71 van Ray Gun, met Chris Cornell op de cover. Als ik dat nummer doorkijk is het of ik over m’n schouder terugkijk naar de tijd waarin het blad vers van de pers was, en niet half aan gort gesneden door een fileermesje. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat dit blad oorspronkelijk niet van mij is. Het was van π, en hij en zijn fileermesje waren toentertijd onafscheidelijk. Het nummer is altijd blijven rondslingeren tot aan ons samenwonen in Arnhem aan toe. Tijdens ons uiteengaan en het hele cd-van-jou-cd-van-mij gebeuren ben ik eerlijk geweest in het verdelen. Maar ik was erg gehecht geraakt aan die Ray Gun, en ik had het idee dat het blad me meer vertelde over 1999 dan al mijn dagboeken uit die tijd ooit zouden kunnen zeggen. Dus nam ik het mee.

Interviews met bands die de melktand des tijds niet hebben doorstaan, de Silver Tab reclames met illustraties (de tekengolf was net weer aan het opkomen) de sneakers met alternatieve sluitingen. Zaterdagmiddag in kleermakerszit op de grond, schetsend, tijdschriften en boeken lezend met Sublime, Pavement, of Jane’s Addiction op de achtergrond. Een instant sentimental journey. Er kwam zoveel nieuws op m’n pad en tegelijkertijd weet ik nu hoe vreselijk naïef we toen waren.

David Carson had bij het verschijnen van # 71 de redactie van Ray Gun allang verlaten. Carson is natuurlijk enorm bekend geworden door zijn onorthodoxe layouts en gebruik van fonts. Zijn stijl van typografie suggereerde het einde van geprinte media (gezien de groeiende populariteit van internet), verschilende typefaces werden doorelkaar gegooid, zodat tekst een onontwarbare kluwen werd, waar geen touw meer aan vast te knopen was.

In de tweede helft van de jaren ’90 verspreidde internet zich snel. Ik begon Netscape sympathiek te vinden en heb nooit aan het logge en onelegante Internet Explorer kunnen wennen. Toen ik doorkreeg hoe je informatie moest zoeken was ik uren zoet. Ik zocht websites op die door magazines werden aangeprezen (o.a. baader-meinhof.com)

Op nieuwjaarsdag 2010 keek ik ’s middags een film “A Chance of Snow”, die, erg genoeg, op imdb.com nog een 5,9 scoort ook. Het gaat over een echtpaar met kinderen. De ouders willen gaan scheiden, maar ze komen vast te zitten op een vliegveld. Michael Ontkean speelt de overspelige man, en geloof me, je wilt Sherrif Truman uit Twin Peaks niet in zo’n draak van een film zien.

Ik probeerde te raden in welk jaar deze film was gemaakt. Mijn gok was 1989/90. Op de aftiteling stond 1998.

Late nineties romcoms have abosolutely abysmal costume departments, merkte een Facebook vriendin laatst op. En ze heeft gelijk. Toch heeft “A Chance Of Snow”. iets troostends. En dat sentiment hangt ergens tussen ‘wat liepen we er toen vreselijk bij’ en misschien stiekem toch al een beetje nostalgie. Toen er nog geen Iphone was, maar we status ontleenden aan het Swatch horloge.
In het boek Generation X, Tales for an accelerated culture (1991, Douglas Coupland) deelt een van de hoofdpersonen een dierbare herinnering met zijn vrienden. Hij vertelt dat hij zelfs tijdens moment al heimwee had terwijl de gebeurtenis nog in volle gang was.

Mattel, Reaganomics, kernwapens. Swatch, Golfoorlog, Green River Killer.
In elk decennium zijn er rottigheden en ellende, maar tot m’n 16e was ik redelijk afgeschermd (en op de academie las ik geen kranten). Ik leefde ook een beetje in m’n eigen fantasiewereld, dus mijn beeld is enorm vertekend. Dat is misschien maar goed ook; ik heb me per slot van rekening genoeg zorgen gemaakt over het verdwijnen van de aardlagen en zure regen, als 10-jarige, voor het slapengaan.

raygun2.jpg

Een Oude Ray Gun (2)

februari 28th, 2010

raygun3.jpg

De tijdlus waarin iets van  ‘cool’, naar niet cool gaat en vervolgens hernieuwd succes krijgt, lijkt steeds korter te worden. Hipsters/ scenesters dragen kleding die behoorlijk fugly zijn, maar door hun ‘ironische’ waardering van die lelijkheid wordt het dragen ervan weer ok. Tevens wekken hipsters de indruk dat ze totaal onverschillig staan tegenover hoe men op anderen overkomt. Alle marginale subculturen worden op een hoop gegooid, authenticiteit wordt opzettelijk gepresenteerd als afgeragd. Alles is referentie.
En daar steekt een ander fenomeen de kop op, in 1993 geïntroduceerd door de filosoof Jacques Derrida in zijn werk “Spectres de Marx”, namelijk Hantologie (Hauntology).

Hauntology is de tegenpool van nostalgie. De term is een portmanteau van Haunt en ontology. De term geeft aan dat het heden alleen kan bestaan in relatie tot het verleden. Derrida stelt in zijn werk uit 1993, Spectres of Marx, dat “aan het eind van de geschiedenis” (refererend aan het essay van Francis Fukuyama uit 1989), men standpunten over ideeën, die eerder als archaïsch en ouderwets werden bestempeld, zal herzien. Men richt zich niet zozeer op het feitelijke verleden alswel op de ‘geest’ van het verleden.
De scheidslijn tussen het verleden, heden en toekomst is dun. Het heden wordt altijd door verleden en toekomst beïnvloed, ze overlappen elkaar. Hauntology gaat in die zin over het Shakespeariaanse ‘to be or not to be’, een nogal paradoxale staat van ‘zijn’.  Het concept “geest” behoort noch tot het heden, noch tot het verleden.

Derrida’s idee is gebaseerd op Karl Marx’ bewering dat “Un spectre hante l’Europe - le spectre du communisme.”. Derrida stelt dat de geest van het communisme aan relevantie heeft gewonnen na de val van de Muur. Omdat Europa nu herenigd is, en er geen lijden meer is onder een dictatuur, is ze geïsoleerd van het lijden dat zich in de rest van de wereld afspeelt.  Als gevolg hiervan zal de interesse voor het communisme binnen Europa uiteindelijk weer toenemen.

Ik heb boeken gelezen over het Kafka-eske karakter van de DDR en ik kan me niet voorstellen dat men, Ostalgie ten spijt, weer terug zou willen naar het communisme. Inwoners van de voormalige DDR zijn hier en daar wel sympathisant, dat kan ik me ook wel voorstellen gezien de manier waarop de hereniging tussen Oost- en West-Duitsland heeft plaatsgevonden. Maar ik krijg er een ‘vleespotten van Egypte’ gevoel bij.

Volgens Fukuyama ging de evolutie van de geschiedenis altijd over de strijd tussen verschillende overtuigingen. Dat gevecht wordt beslecht na de Koude Oorlog en de val van de Muur, zo schrijft hij in zijn boek “The end of History and the last Man”. De constitutionele democratie zal als ultieme regeringsvorm worden gezien, politiek- en economisch liberalisme zullen zegevieren.

Maar economisch liberalisme valt vaak samen met kapitalisme. In een tv-interview uitgezonden door de ZDF, zegt de Amerikaanse schrijver David Foster Wallace dat de werking van het kapitalisme en het aanzetten tot consumeren een goed systeem is om een economie draaiende te houden, maar dit is niet geschikt voor het sociale aspect van de maatschappij. Naar aanleiding van de crises die ons in de Noughties hebben geteisterd zie je niet de saamhorigheid die werd beschreven tijdens bijvoorbeeld de Grote Depressie in de jaren ‘30 in de V.S., zo redeneert hij. Men sluit zich nu op in een SUV, men sluit zich af in dit tijdperk van verregaande individualiteit.
De invloed van het kapitalisme doet zich gelden op het culturele vlak, zo stelt ook Fredric Jameson in zijn werk “Postmodernism, or, the Cultural Logic of Late Capitalism” (1991).  Culturele innovatie stagneert. Entertainment entertaint slechts en daagt niet uit.

Een geschiedenisdocent op de Havo tekende eens een lijn op het schoolbord. Aan de ene kant van de lijn noteerde hij “extreem links”, aan de andere kant “extreem rechts”. Daarna vervormde hij deze rechte lijn tot een cirkel. Extreem links en rechts stonden ineens vervaarlijk dicht bijelkaar. Verregaande individualiteit en grijze massa zijn minder grote tegenpolen dan ze ons toeschijnen. Een voorbeeld is hoe internet (sub)culturen versneld verspreidt. De mainstream bestaat bij de gratie van de marge. Invloeden uit marginale bewegingen worden opgepikt, ontdaan van de scherpe randen en gepresenteerd als nieuw en origineel. American Apparel is wat dat betreft een McDonalds op het gebied van kleding geworden.

Misschien dat Hauntology daarom weer overal opduikt. Muzikanten als Ariel Pink, Burial, en Washed out maken in hun muziek gebruik van het Hauntology uitgangspunt. De nummers van Burial refereren niet zozeer aan de rave scene, ze roepen een vaag idee op van die scene, zonder er een concrete uitspraak over te doen. Ik las in een recensie van zijn album “Untrue” dat de muziek nog het meeste het gevoel na een rave weergeeft, de lege dansvloer, de pillen die zijn uitgewerkt. Een verlangen naar iets dat nooit echt was.

Ariel Pink’s muziek klinkt als een kapotte transistorradio, maar zijn liedjes zijn bijzonder catchy, en ondanks de schijnbaar nonchalante uitwerking voelen de nummers als echte liedjes. Brian Wilson is een grote invloed, maar Ariel geeft aan die invloed een geheel eigen draai, alsof zijn nummers in een parallel universum zijn opgenomen.

Washed Out klinkt als muziek die ik vroeger als 10-jarige goed had gevonden, iets wat de oudere zussen van mijn vriendje op hun slaapkamer gedraaid zouden hebben (Washed Out klinkt bekend en nieuw tegelijk. Je denkt dat je de tracks herkent, en tegelijkertijd weet je dat dat niet zo is). Bij gebrek aan een eigen oudere zus, keek ik enorm tegen hun op, met als gevolg dat ik alles omarmde wat zij interessant vonden. Washed Out is geen vingeroefening in het retro spandex jaren 80 kunstje, maar meer etherisch. Nadat je in Club Tropicana in dat zwembad bent gesprongen, word je overspoeld door een verlangen op te gaan in de kleuren en indrukken om je heen. “Feel it all Around”.

Zelfs J Dilla wordt zijdelings geassocieerd met Hauntology, omdat zijn nummers een bric à brac zijn van geluidjes, vage effecten, en obscure non referenties.
Horen we muziek in het toevallig samengaan van geluiden?

Ik las dit op internet en vond het een heel mooie verwoording van wat Hauntology in muziek nu ongeveer behelst:
[…]music as recorded artifact, facing both backwards and forwards simultaneously, an inscripted trace that is neither presence nor absence but a spectral apparation that both references and eludes such binary oppositional catagories (sic)[…]
(gepost door ‘John Doe’ op dissensus.com)

Zo nu en dan sla ik die oude RayGun weer open, de modereportages ogen nog best fris, zo ook de spreads met daarin een item over “ Best of Graduate Fashion Week” in Londen. Ik probeer de inhoud met nieuwe ogen te zien. Want hoe oud een tijdschrift ook is, als het je herinnert aan waardevolle gebeurtenissen, momenten, ideeën, vind je tussen de regels, of als je net wegkijkt, iets anders, iets wat voor jezelf -zelfs 13 jaar na dato- weer relevant kan zijn.

raygun4.jpg

Camilo José Vergara

februari 5th, 2010

Wanneer mijn hoofd gedurende langere tijd wordt blootgesteld aan New York gerelateerde media en tv, begint het weer te kriebelen. Berlijn is bruisend, Londen is lommerijk, Frankfurt is vrij fantastisch, maar een stad als New York; ‘it takes the cake’ zogezegd.
Laatst vroeg ik me af of je van een stad meer kunt houden dan van een persoon. “nee” zei iemand. Ik weet het achterliggende argument niet meer. Iets van ‘een stad kan geen liefde en affectie teruggeven zoals een persoon dat kan’. Denk ik. Een stad bestaat ook bij de gratie van mensen, dus mijn vraag was bij voorbaat al genullificeerd. Een stad zonder mensen is een beetje zoals New York in de film ‘Escape from New York. Wat eigenlijk wel weer leuk is.

escfny.jpg

Veel tv-series die zich in metropolen afspelen nemen bekende gebouwen als ijkpunt. Bij ons is dat het trambelletje in Nederlandse series; “ooh, het speelt zich af in Amsterdam!”. In MTV’s The City, Sex and the City, Gossip Girl komt het Chrysler Building meer dan eens voorbij:

“Where the spire of the Chrysler Building is the ultimate fetish object and even blocky old 1633 Broadway gleams like magic onyx.”–Troy Patterson

Freud zou er een leuk project aan hebben.

Ik zag Camilo José Vergara’s werk voor het eerst op internet, als link op een site van een Canadees die een thesis schreef over stedelijk verval. Hij had een geweldig online archief, waarin bijna elke grote tot middelgrote Amerikaanse stad vertegenwoordigd was. Helaas werkt deze site niet meer naar behoren.

Vergara is socioloog en fotografeert sinds de jaren zeventig o.a. het leven en architectuur Noordamerikaanse steden. Zijn werk is een registratie van hoe de urbane omgeving door de decennia heen verandert.
Vergara wordt vaak vergeleken met Jacob Riis, een sociaal hervormer, die mede aan de wieg stond van de Newyorkse ‘tenements‘. Ook was hij een pionier op het gebied van fotografie.
Zelf heb ik Vergara’s boek “Subway Memories”, waarin de vele stations en treincoupés op de gevoelige plaat zijn vastgelegd. Een geschiedenis van één van de grootste en oudste metro-routes van de wereld. En haar reizigers.

Een andere fotograaf wiens werk ik bewonder is Robert Frank. Toen ik zijn boek “The Americans” in handen kreeg was ik enorm onder de indruk. Ik keek het elke dag door voordat ik het dichtdeed en zelf ging tekenen. Robert Frank wordt ook wel de “de Tocqueville” van de fotografie genoemd; zijn werk vormt een ’sociale documentaire’.

Frank maakte in de jaren ‘40 en ‘50 van de vorige eeuw korte metten met de in de fotografie tot dan toe geldende conventies als zorgvuldig kadreren en uitlichten. Ook straalde zijn werk geen optimisme uit, zoals dat in die tijd gebruikelijk was. Robert Frank fotografeert verval en getekende levens. Als geheel vertellen de foto’s ons over de V.S. in die tijd. Consumptie als deugd; de prijs die men hiervoor betaalt, en de groter wordende kloof tussen arm en rijk.

In tegenstelling tot Frank, die inzoomt, korrelige foto’s maakt, en de poëzie achter het alledaagse weet bloot te leggen,  gebruikt Vergara zoveel mogelijk gelijkmatige belichting. Geen regen, niet teveel schaduw, zodat het onderwerp zo ‘objectief’ mogelijk kan worden vastgelegd. Zijn beelden zijn helder, alsof ze ons iets willen uitleggen. Registratie lijkt de hoofdmoot, het stramien van onze maatschappij wordt getoond.

a1988.jpg

Fotoseries van Vergara zijn o.a. te zien op Slate. Eén serie op de site boeide me in het bijzonder en dat zijn de foto’s van verschillende kinderdagverblijven in de V.S. Sommige wel erg treurige foto’s zijn genomen in de jaren negentig, maar ook het kinderdagverblijf in Los Angeles uit 2009 ziet er uit als een fort.

17.jpg

Velen brengen hier tegenin dat het interieur van de getoonde gebouwen haaks staat op de buitenkant. Aan de westkust van de V.S. schijnt men zelf cactussen (cactii?) onder de ramen te planten; een bewezen preventief middel om inbrekers buiten te houden.

Dead Skeletons

november 24th, 2009

“He who fears death cannot enjoy life.”

Onlangs was ik op browse-tocht naar informatie over Anton Newcombe. Ik had de documentaire van Todd Phillips over G.G. Allin gezien en de zelfdestructie van G.G. deed me even denken aan een andere muziekgerelateerde documentaire,  Dig! over de vriendschap tussen twee bands, de Dandy Warhols en Brian Jonestown Massacre. Hierin is te zien hoe de Dandy Warhols een commercieel succes worden. De Brian Jonestown Massacre zakt weg in chaos, niet in de laatste plaats omdat de voorman van de BJM, Anton Newcombe, zijn optredens zodanig saboteert dat geen enkel platenlabel hen onder hun hoede wil nemen.

Maar goed; zelfdestructie en een messiascomplex zijn de enige overeenkomsten tussen Allin en Newcombe.
G.G.Allin had van alles op zijn kerfstok, en dat ‘van alles’ leek hem meer bezig te houden dan het maken van muziek.

Anton Newcombe heeft, wat muziek betreft, meer credibiliteit.  In de film Dig! wordt hij geportretteerd als een geniale en maniakale gek. Dat is natuurlijk een uitgangspunt bij uitstek voor een sappige documentaire. Schijnbaar heeft Newcombe zich sindsdien enigszins gerehabiliteerd. Ondanks de verwensingen op Youtube en dergelijke aan het adres van bovengenoemde, zijn er ook mensen die hem ontmoet hebben en zowaar een prima heerschap tegenover zich troffen.

BJM maakt psychedelische muziek en is mede beïnvloed door bands als de Beatles en Velvet Underground. Hun nummers ademen de sfeer van de jaren ‘60, toen leven in (sektarische) communes bijna de norm was. Door samenvoeging van deze referenties (er zijn daarnaast nog talloze andere invloeden te ontwaren), ontstaat een onmiskenbaar BJM geluid.
De bandnaam is een samenvoeging (voor de moeilijke-woorden-gebruikers onder u: portmanteau) van het Rolling Stones-lid Brian Jones en de massale zelfdoding van de Jim Jones sekte in Jonestown, Guyana.

Zelf ben ik uitermate content dat mijn externe harde schijf weer werkt, zodat ik wederom de beschikking heb over het werk van BJM. Om nummers van ze te kunnen beluisteren was ik een tijdlang aangewezen op Youtube. En door het online  zoeken naar updates over BJM kwam ik terecht op de Guardian website, waar een link was geplaatst naar een nummer van Dead Skeletons.

Dead Skeletons is een samenwerking tussen Anton Newcombe, Henrik Baldvin Bjornsson (zijn band Singapore Sling trad op als voorprogramma van de Brian Jonestown Massacre tijdens hun tour door de V.S.) en de kunstenares Nonni.

Het nummer Dead Mantra (2008) is een hypnotische trip, die, gekoppeld aan een botte stoommachine, voortrammelt en voor niks of niemand opzij gaat. Vanaf de eerste maat is het één grote climax. De chants, afwisselend gesproken/gezongen door de drie artiesten, zijn een pleidooi voor balans in leven en dood. Nogal spiritueel allemaal, maar de rock ‘n’ roll insteek en de mystieke invloeden maken het geheel een mooie luisterervaring. Wanner het nummer bijna vijf minuten onderweg is ontwaar ik een Swans-achtige melodie. De Swans waren meesters van de monotonie, en Dead Mantra wordt voortgestuwd door herhaling.

Het gehele nummer duurt 8+ minuten. Dat lijkt lang, maar een op een mantra gebaseerd lied moet natuurlijk wel even doorstomen voor de ultieme katharsis.

Meer nummers van Dead Skeletons vind je hier.

Grizzly Bear

november 16th, 2009

Je hebt van die mensen die helemaal uit hun dak gaan van de zee. Ze staan ’s zomers urenlang met hun auto in de file om maar een glimp van de zee op te kunnen vangen. Ik heb me nooit met het zee-type kunnen vereenzelvigen. Misschien maar goed ook, want ik woonde tot voor kort in Arnhem. Veel bos enzo.

Toen ik me eenmaal in Haarlem had geïnstalleerd, vond ik het tijd om de zee te checken. Mijn associaties met de zee gaan niet verder dan vies olieachitg schuim en kwallen (Ameland). Maar ik moet toegeven, na een dag hard werken is een fietstochtje naar Bloemendaal aan Zee niet te versmaden. Ik deed dit tijdens de zomermaanden dan ook geregeld. Bij voorkeur als de dagjesmensen op huis aangingen, of afwezig waren.

Ik kreeg de plaat ‘Veckatimest’ van Grizzly Bear op mijn verjaardag. De periode die daarop volgde smolten de plaat en mijn tochtjes naar het strand samen. Met mijn voeten in het water en mijn hoofd in de wind borrelden de liedjes van Grizzly Bear naar boven. Je kent het misschien wel; je luistert naar een cd, en vervolgens komen de nummers op vrij ongerelateerde momenten onverwacht naar boven. Soms moet je zelfs even nadenken wat het nu precies is wat je in je hoofd aan het beluisteren bent. Op zo’n moment zit een plaat in je systeem en weet je dat je die muziek blijkbaar geweldig vindt.

In het boek ‘Kafka on the Shore’ van Haruki Murakami trekt Kafka, de hoofdpersoon door een onbegaanbaar, duister bos. Hij heeft een liedje in zijn hoofd, dat een soort ritme wordt en samenvalt met de trek door het woud. Bepaalde passages van het lied herhalen zich in zijn geest, koortsachtig.

Koorts doet rare dingen met je. Ik heb eens, half grieperig, een muur staan witten. Dat ik een nummer van Alicia Keys in m’n hoofd onverbiddelijk op repeat had staan maakte mijn toestand er niet beter op.

Nee, dan Grizzly Bear. De wandelingen, de overdenkingen, de rijen strandhuisjes, het gebleekte zand. Ik merkte dat ik blij was om de zee te zien, zo aan het eind van de dag. Slippers uit en rennen maar.

Voor mij klinken de nummers op Veckatimest als popliedjes. Met een rare tangent erin, dat wel. Grizzly Bear wordt door deze en gene in één adem genoemd met de Beach Boys. Ik ben geneigd te zeggen dat de Beach Boys veel ‘amerikaanser’ klinken dan Grizzly Bear, alhoewel laatstgenoemden uit Brooklyn afkomstig zijn. Ik zou, als amerikanofiel, die connectie graag willen leggen, maar in mijn beleving klinken de liedjes van Grizzly Bear veel meer als een wind die alle kanten tegelijk opgaat. Ik weet alleen het Friese woord voor dit fenomeen; twirre. Dat je op straat om de hoek van een gebouw loopt en ineens waait je haar recht omhoog, links, rechts, alles in één keer. De liedjes zijn laagjes, hard en zacht over elkaar heen gelegd, met hier en daar crescendo’s.  Galmend. Stuwend.

Vorige week stonden ze in de grote zaal van de Melkweg. Uitverkocht. Door de belichting leek het zo nu en dan alsof de mannen onder water speelden. De flesjes, met daarin lichtjes, die bij wijze van sfeermaker aan stellages waren gehangen, deden me denken aan flessenpost. Aangespoelde dingen. Ze brachten één van mijn favoriete nummers ten gehore; Fine for Now.

If we’re all faltering, how’d I help with that?
If it’s all or nothing, then let me go.

If it’s all or nothing, then let me go.

Ontroerend mooi.

Het was een geweldige show.

Inauguratie Obama

februari 11th, 2009

Barack Obama. Cultureel gezien de JFK van onze tijd. Een persoon op wie het ‘waar was jij toen’ toepasbaar is, net zoals bij JFK en John Lennon (zij het dat het bij Obama een opkomst betreft en niet een ondergang, zoals bij de laatste twee).

TRIK, Bas van der Schot en ik hadden het idee opgevat om de inauguratie van Obama te verslaan. We vonden dit een gebeurtenis die iedereen aangaat. Dus ook ons, als tekenaars. TRIK en Schot vonden de trip meer dan relevant door hun achtergrond als politiek cartoonisten. Mijn fascinatie voor Noord Amerika in sociaal, politiek en cultureel opzicht verplichtte me om hieraan deel te nemen.

Nou. Ik was erbij, die middag, in Washington D.C. ’s Nachts waren we om 00.30 u vertrokken uit New York City, dus dat was een aardige roadtrip.
Onze Newyorkse vriendin Adrienne had vrij genomen van haar werk toen ze hoorde dat wij van plan waren om naar de inauguratie te gaan. Ze wilde er zelf ook eigenlijk wel bij zijn en dus konden wij met haar meerijden.

7eleven.jpg

Rond 4.00 stopten we bij een toiletgelegenheid langs de weg. Het was er druk; mede-inauguratiegangers. Toilet- en servicegewijs ben ik altijd onder de indruk van Duitsland, maar de Amerikanen hebben het zo mogelijk nog beter voor elkaar. Veel toilethokken, warm en koud water, zeep, verwarming, de hele flikkerse boel. Kunnen we in Nederland nog een puntje aan zuigen, dunkt me.

De tocht naar de plaats van bestemming kreeg een waar pelgrimskarakter. Na veel omrijden (want door een state trooper geïnformeerd over afgesloten wegen naar Washington) arriveerden we om 6.00 in een klein dorpje alwaar Adrienne’s neef woonde. Hij was zo aardig geweest om ons metrotickets voor te schieten. Ze lagen onder de deurmat.
Na een halfuur lopen  kwamen we bij het metrostation. Toen pas zagen we hoe handig het was om al kaartjes te hebben; de rij per kaartautomaat bedroeg gemiddeld 80 mensen.

station.jpg

Twee metro’s passeerden, beiden bomvol. We namen de derde, die ook binnen no time propvol was. De stemming zat er meteen goed in. Ondanks het gedrang behield iedereen zijn goede humeur. We werden bijna gelauwerd omdat we ‘helemaal uit Nederland’ kwamen om de inauguratie bji te wonen. Er hing een positief geladen atmosfeer die ik niet goed kan beschrijven; iedereen wist dat ze op weg waren naar een gebeurtenis die in de geschiedenis opgenomen zou worden. Een overweldigend gemeenschapsgevoel, waarbij men zich er tegelijkertijd terdege van bewust was dat hier iets stond te gebeuren dat veel groter was dan de som der delen. Men voelde dat men ertoe deed, als volk, en tegelijkertijd nietig.

people.jpg

Rond achten liepen we vanuit het metrostation naar de Mall. Het was geweldig om die enorme mensenmenigte te zien waartussen we ons voortbewogen. Langs de weg probeerde deze en gene Obama-waar te verkopen, als de entrepreneurs die Amerikanen zijn (Barack To The Future buttons, een Obama shirt met rugnummer 44).

inauguration3.jpg

Bij het Washington Monument zochten we een plaats. En toen was het wachten. Iedereen had een sticker gekregen waarop je je naam en land kon invullen, als conversatie starter. En dat werkte. We raakten aan de praat met mensen uit Californië, Pennsylvania, Nevada, New York. Eenieder die aanwezig was had op een of andere manier vrijwilligerswerk gedaan voor de Obama-campagne, leek het wel.

young-uns.jpg

De grote namen maakten indruk; Colin Powell (zo te horen heeft hij nog steeds veel krediet bij de Amerikanen), George Lucas (!), Ted Kennedy. Toen George Bush Sr. verscheen (wij volgden alles op een groot scherm) werd het ongemakkeijk stil rondom. Niemand zei iets.
Dubya werd uitgejoeld. Het was oorverdovend.

Er hebben ontelbaar veel mensen erg hard gewerkt voor de verkiezingscampagne van Obama. Als Nederlander is dat moeilijk voor te stellen. Niemand loopt op die manier warm voor Balkenende. Dat is natuurlijk ook appels met peren vergelijken. Maar op die knetterkoude maar zonnige middag in Washington werd ik me gewaar van eenheid onder de bezoekers. Men was geëmotioneerd, trots. Het was een indrukwekkend schouwspel.

obama.jpg

Na de inauguratie liepen we over de Mall. We bekeken de monumenten (Lincoln), en dronken waterige chocolademelk. Het maakte me niet uit. Ik had dorst. Ik had die dag niks gedronken, want naar de wc gaan in een meute van 2 miljoen mensen garandeert het onmogelijk terugvinden van je kompanen.

monument.jpg

Adrienne’s neef haalde ons op vanaf het metrostation alwaar we ’s ochtends waren opgestapt. We gingen nog even bij hem op visite. Aaf Brandt Corstius heeft eens in een van haar columns geschreven dat als je op vakantie gaat, je je dagelijke leven achter je laat, om vervolgens in het buitenland het dagelijkse leven zoveel mogelijk te imiteren (vooral niet de ‘onnozele’ toerist uithangen). Dat klinkt pedant. En dat is het in bepaalde opzichten ook. Maar zo doe ik het graag. Op zo’n avond vang je een glimp op van het dagelijkse leven van een Noordamerikaans gezin. Houten huis, veranda, hond, kat. De economische malaise en wat de invloed daarvan is op gewone mensen. Dat krijg je zomaar, firsthand in de schoot geworpen. Een slice of Americana.

drivingback.jpg

De tocht terug was lang en vermoeiend. Het was extra druk op de weg, allemaal inauguratiebezoekers op weg naar huis. Om 1.30 u werden we door Adrienne keurig bij ons appartementencomplex afgezet. Zij moest de volgende dag gewoon weer naar haar werk (Newyorkers zijn bikkels). Ze zou wel iets later beginnen, zei ze. ‘Iets later’ betekent in New York City 8.00 u. Kan je het geloven?

en wat hebben we hiervan geleerd?

december 29th, 2008

Het is merkwaardig hoeveel je denkt te hebben onthouden van je middelbare schooltijd; altijd minder dan je wilt weten.
Starend naar een hyves-profiel. Begin- en eindexamenjaar komen overeen met de mijne, toch gaat er geen belletje rinkelen. Vrienden die je vertellen over bepaalde gebeurtenissen uit die tijd; je moet je oude dagboeken erop naslaan om te kijken of het echt zo heeft plaatsgevonden als ze zeggen. De eeuwige litanie. Was ik maar weer 16. We worden oud…

Flikker toch op man.

Zoete herinneringen aan het voortgezet onderwijs: De stank van de stoelen en tafels, die een bruine afdruk op je vochtige zitvlak achterlieten bij regenachtig weer. De deplorabele staat van het schoolgebouw; het is inmiddels gesloopt en het braakliggende terrein is volgebouwd met zogenaamde ‘penthouses’. Ik zal nooit naar dat woord kunnen kijken en het in de eerste plaats met een appartement associëren.
De enige keer dat ik de klas ben uitgestuurd, alleen omdat een vriendin vervelend zat te doen en de lerares dacht dat het haar een lesje zou leren als ik, de eeuwige goody-two-shoes, er ook ‘uitgekickt’ werd.
En bovenal; voldoendes halen. En geen moment teveel op school doorbrengen. Slagen voor je eindexamen en dan wegwezen. Naar greener pastures enzo.

Na het ophalen van je schoolboeken (veilig opgeborgen in je leren stinktas) oudere meisjes die achter je fietsen horen sneren: “Ik ruik nieuw leer!”

Puberteit + voorgezet onderwijs = ongelukkige combinatie.

Enfin. Natuurlijk heb ik ook iets geleerd (Mit nach bei seit von zu außer aus gegenüber). En ik denk regelmatig aan een gedicht dat in mijn lesboek Engels stond. Het is van Roger McGough. Bizar, grappig en dramatisch tegelijk:

When the bus stopped suddenly
to avoid damaging
a mother and child in the road,
the younglady in the green hat sitting opposite,
was thrown across me,
and not being one to miss an opportunity
I started to make love.

At first, she resisted,
saying that it was too early in the morning,
and too soon after breakfast,
and anyway, she found me repulsive.

But when I explained
that this being a nuclearage
the world was going to end at lunchtime,
she took off her green hat,
put her busticket into her pocket
and joined in the exercise.

The buspeople,
and there were many of them,
were shockedandsurprised,
and amusedandannoyed.
But when the word got around
that the world was going to end at lunchtime,

they put their pride in their pockets
with their bustickets
and made love one with the other.
And even the busconductor,
feeling left out,
climbed into the cab,
and struck up some sort of relationship with the driver.

That night,
on the bus coming home,
we were all a little embarrassed.
Especially me and the younglady in the green hat.
And we all started to say
in different ways
how hasty and foolish we had been.
But then, always having been a bitofalad,
I stood up and said it was a pity
that the world didnt nearly end every lunchtime,
and that we could always pretend.

And then it happened …

Quick asa crash
we all changed partners,
and soon the bus was aquiver
with white, mothball bodies doing naughty things.

And the next day
and everyday
In everybus
In everystreet
In everytown
In everycountry

People pretended
that the world was coming to an end at lunchtime.
It still hasnt.
Although in a way it has.

Durven we echt alleen iets buiten gevestigde normen te ondernemen als we geen verantwoordelijkheid hoeven af te leggen? Ik keek gister naar “A Shot At Love” (Ja. Inderdaad. Sue me!)  waarin hoofdrolspeelster Tila Tequila met de vrouw wordt geconfronteerd die haar ‘hart brak’. Scheldkannonnades met daaroverheen een vettig sensatie-sausje. Blijkbaar kan de liefde ons niet redden.

De schone kunsten zijn onze enige hoop.

En zo eindigt 2008 met een weinig Weltschmerz.

Drink responsibly, tot in 2009..!

Kerstboom

december 26th, 2008

 

 

Lang geleden, toen de pakken sneeuw Nederland bijgaans volledig bedekten, haalden mijn ouders de kerstboom van zolder. We waren zo’n beetje het enige gezin in de straat met een plastic kerstboom. De kerstgedachte stopte bij de aanblik van onze kerstboom; die werd door klasgenoten steevast afgezeken. “Hebben jullie geen ‘echte’ boom?!” Dat we paria’s waren is schromelijk overdreven, maar niemand snapte het concept van een plastic kerstboom. Zo onpersoonlijk!

Welnu, aanschouw deze boom, in al haar glorie:

 

kerst1.jpg 

 

 

Het mooie aan deze boom is dat er daadwerkelijk geprobeerd is om het enig natuurlijk aanzien te geven; nerven zijn gekerfd, de takjes hebben verdikkingen, de naalden zijn ambachtelijk vervaardigd. Met als netto resultaat dat deze boom niemand voor de gek houdt; plastic all over!

 

 

 kerstbal.jpg

 

 

 Met hier en daar een stukje plakband denk ik dat deze 30 jaar oude boom het de komende 30 jaar ook wel uithoudt.

 

kerstman.jpg

 

 

  Dit plastic kersthuisje bevat nauwelijks nog yuletide spirit voor mij. Het staat het hele jaar door in m’n kast. Velen vinden het butt-ugly, maar ik koester het like mad.

 

  kanaal13-1.jpg

 

Een plezierige Kerst/Hanoeka/Kwanzaa gewenst!

 

 

Mindmaps

december 17th, 2008

 

 

Wanneer ik bezig ben met ideeën voor bijvoorbeeld een serie tekeningen, probeer ik informatie en ingevingen te ordenen. Dit gebeurt meestal met behulp van pen en papier. Het resulteert vaak in een soort van mindmap.

Ik vraag me soms af of ik te chaotisch ben voor mindmappen. Er hangt een papiertje aan de muur van mijn werkruimte, waarin elk woord en elke term op zijn beurt weer is verbonden met alle andere woorden en termen die op het papiertje voorkomen. 

Op internet vond ik mindmaps, gemaakt door mensen die het wel heel goed kunnen. Organische analyses die beeldend ook nog eens bijzonder mooi zijn. En heel uiteenlopend, in zowel vorm als onderwerp.

 

 

mindmap.jpg   mindmap2-copy.jpg   mindmap3.jpg    

Godflesh en film

december 12th, 2008

In het cd-boekje van het album “Selfless” (1994) van Godflesh prijkt een filmstill uit “Meshes of the Afternoon” (hier beneden, links) van Maya Deren. (wiens films kunnen worden geschaard onder het Surrealisme, zoals de films van Buñuel en Cocteau). Toen ik de cd aanschafte wist ik dat niet. Maar het artwork van Godflesh’ albums is merkwaardig en lijkt uit een context gegrepen, alsof je meer beelden nodig hebt om dat ene moment te begrijpen. Nu weet ik waarom. De beelden (in ieder geval de eerste 5 à 6 platen/remixes) komen uit (underground) films.

selfless2.jpg

Ik had over “Meshes In the Afternoon” gelezen in het boek “Lost Highways” van Jack Sargeant en Stephanie Watson. De films van Maya Deren schijnen een grote inspiratie voor David Lynch te zijn geweest. Als rechtgeaarde Lyncheonite ging ik op zoek naar het werk van deze Deren. Wat is Youtube dan een paradijs, een virtuele film-o-theek om uren in rond te struinen. Granted, er staat allerhande rotzooi op van mensen die in de veronderstelling verkeren dat hun filmische grappen en grollen wereldkundig moeten worden gemaakt. Maar tussen de enorme bult stinkend kaf is ook welriekend koren te vinden.

merciless-copy.jpg

Ik ben op sites als Amazon en Bol.com nooit zo geïnteresseerd in de ‘mensen-die- dit-leuk-vinden-kochten-ook’ feature. Op Youtube kan ik er geen genoeg van krijgen; ik klik door en door op de suggesties die rechts op mijn scherm verschijnen. Zo ook op Wikipedia; uiteindelijk weet ik niet meer met wat voor zoekopdracht ik aanvankelijk begon en voelt het alsof ik in een hele grote bibliotheek ben verdwaald. Right on!

De ongemakkelijke atmosfeer van “Meshes”, de hypnotiserende muziek, het onvermogen om droom en werkelijkheid van elkaar te kunnen onderscheiden maakt de brug naar Lynch’s werk makkelijk oversteekbaar. Scènes in de film Lost Highway, bijvoorbeeld, spiegelen scènes uit Meshes, maar al te letterlijk hoef je die referentie niet te nemen; wat overeenkomsten betreft is het ongrijpbare, het surreële, het onnoembare, interessanter en hoeft niet als zodanig doodgeanaylseerd te worden. Ik bedoel; Lynch films analyseren is zó 1992, get real!

streetcleaner2.jpg

Nu had ik het boek “Lost Highways” in 1999 aangeschaft, maar You- of wat voor tuberigheden waren niet te vinden op internet. Ik had ook nog geen internet thuis, laat staan een computer.

Maar in dit  FIY (film it yourself) tijdperk worden ook films die tot de cinematografische onderstroom behoren (Meshes of the Afternoon, Lucifer Rising, Flaming Creatures, Desperate Living, Hold Me While I’m Naked, Thrust In Me, en X is Y, om er een paar te noemen) ge-upload. Gewoon zoeken en blijven zoeken. Er bestaat een goeie kans dat datgene wat je zoekt ten langen leste op Youtube verzeild raakt.Copyrightsgewijs weet ik niet hoe de vork in de steel zit. Maar het feit dat deze films (alas, soms maar ten dele) nu ergens te zien zijn is naar mijn mening een goede zaak. In het boek “Deathtripping, The Cinema Of Transgression” (ook door Sargeant) staan distributie-adressen waar je de films in kwestie zou kunnen bestellen. De eerste druk dateert uit  1995, dus dvd of Blueray zit er helaas niet in. Zelfs ìk heb mijn videorecorder ten grave gedragen, dus Youtube is een regelrechte uitkomst.

De Cinema of Transgression-beweging (lees hier het manifest), waarover wordt geschreven in het gelijknamige, hierboven genoemde boek, ontstond in de jaren ‘80 van de vorige eeuw, en was min of meer verweven met de No Wave muziekscene (Sonic Youth, Foetus, Swans, Lydia Lunch, Glenn Branca) in New York.Deze zogenaamde No Wave Cinema werd later aangeduid als Cinema of Transgression. De term werd bedacht door Nick Zedd, om een ondergrondse filmbeweging aan te geven die zich onderscheidde door gebruik te maken van shock-effecten, humor en trash-ethetiek.

Jack Smith (Flaming Creatures) en Kenneth Anger (Lucifer Rising) waren enkele  inspiratoren c.q. gangmakers van de transgressionele filmbeweging. Richard Kern (X is Y) schoot een videoclip voor Sonic Youth (Death Valley 69) waarin de bandleden als een soort van Manson Family worden getypeerd.(Saillant detail: Bobby Beausoleil, die de muziek componeerde voor Kenneth Angers’ cult klassieker “Lucifer Rising” sloot zich aan bij de Manson Family. Hij had ruzie gekregen met Anger en had het grootste gedeelte van de originele film in bezit. Het gerucht gaat dat de film in de woestijn, waar de Family hun kampement had opgeslagen, is begraven). Ook Lung Leg, een underground film-icoon, speelde in de clip van Death Valley 69, alsmede in films van Kern (I Killed You First).

Ook dichteres/zangeres Lydia Lunch was (en is) zowel in film als muziek te vinden; ze bracht albums uit (Oral Fixation, Queen of Siam) en ze werkte samen met Foetus op het de mijn ogen magistrale plaat YORK. Lunch maakte de film “Right Side Of my Brain” en speelde o.a. in “Black Box” van Beth B.

Het nummer “(0-0) Where Evil Dwells” van Wiseblood (Foetus en Roli Mosimann, de drummer van Swans) verwijst naar de gelijknamige film van transgressie-filmers David Wojnarowicz en Tommy Turner, over Ricky “The Acid King” Kasso, een 17-jarige scholier uit Northport,Long Island die in 1984 een leeftijdsgenoot vermoordde en vervolgens zei dat Satan hem daartoe had aangezet. Niet lang daarna pleegde hij zelfmoord in de gevangenis. Ook “Satan Is Boring” van Sonic Youth gaat over Kasso.

Terug naar Godflesh. Ontstaan uit de groep Fall Of Because brachten zij in 1989 hun eerste album “Streetcleaner” uit. De tracks op deze plaat (en de albums die daarop volgden) zijn apocalypisch, doordrenkt met nihilisme en frustratie (Een drummachine, die vooral tijdens de eerste platen dienst deed als ritmesectie, werd keurig gecredit als “drummer”. In het nummer “Perfect Skin Dub” (Slavestate, 1991) loopt de drumcomputer op een gegeven moment in en uit de maat; deze is iets te snel afgesteld).De langzaam dreinende gitaren maken de muziek intens en zwaar. Een soort van marteling. De sound van Godflesh herbergt invloeden van Brian Eno, Black Sabbath en Swans (een eeuwig terugkerend onderwerp; bands geïnspireerd door Swans braken door, dit in tegenstelling tot de Swans zelf. In een live chatsessie een paar jaar geleden met Swans voorman Michael Gira en (muzikale) partner Jarboe werden er ook herhaaldelijk vragen gesteld als: “Don’t you agree Godflesh ripped off your sound?” Gira reageerde niet op deze opmerkingen).

pure2.jpg

De eerste albums kocht ik devoot, de latere (vanaf 1996) boeien me minder. Dat komt omdat ik niet zo van metal hou en ik heb het gevoel dat de gitaren daar meer als rock-element aanwezig zijn. De eerst platen van Godflesh hebben iets ondefinieerbaars, iets machinaals gecombineerd met een zekere droefheid en menselijk falen. Dat is tegelijkertijd wat me zo fascineert aan het artwork van deze band; ze refereren aan films door stills in cd boekjes af te drukken en creëren zo een eigen universum, de beelden vormen een schijnbare eenheid terwijl ze bijelkaar zijn gezocht, een combinatie zijn van totaal verschillende rolprenten. Dat is wat snapshots doen; door hun vluchtigheid suggereren ze bijna automatisch een achterliggend verhaal.

Nadat ik “Meshes” had bekeken googlede ik met de zoekterm “Maya Deren Godflesh”. Hier is een complete pagina gewijd aan de verzameling beeldmateriaal in cd-boekjes en hoesjes van Godflesh.

De stills voor de cd-boekjes zijn bijna allemaal gefotografeerde tv-beelden (door de bandleden zelf. Ik ben er niet uit of dat nu onder de noemer ‘citeren’ valt; daarvoor leunt de opmaak teveel op de filmbeelden). Soms lijkt er ingezoomd; maar net als in “Lost Highway” van David Lynch waarin Fred een videotape afspeelt waarop het afgeslachte lichaam van zijn vrouw Renee wordt getoond, maakt inzoomen het onderwerp allen maar diffuser, complexer, onduidelijker. De grofkorrelige ontoereikendheid van het tv- scherm voegt iets toe aan de geleende beeldtaal van Godflesh. Technologie als kille vastlegger, emotie wordt onverschillig weggefilterd.

slavestate.jpg