Het is inmiddels een hele klus geworden; Elk jaar de overweging: zal ik eens een kijkje nemen op het 5 Days Off Festival? “Wat een onzin”, zal de verstandige lezer concluderen; “als je ernaartoe wit, dan ga je toch? wat houdt je tegen, maf wijf?” Op één of andere manier kwam het er nooit van. Die één of andere manier staat natuurlijk gewoon voor slordigheid “huh…5 days off is al geweest?”, luiheid “o ja..misschien ga ik nog”, of “geen afdoende liquide middelen”. Vergis je niet. Mijn vriendenkring heeft een bijna mythische status wanneer het gaat om mislukte ondernemingen en net gemiste concerten en feesten. We hebben een anti-reputatie hoog te houden. Dit jaar vertoonde de eerste scheuren van die reputatie; ik besloot daadwerkelijk iets te ondernemen.
Dag 1: Hercules and Love Affair
Aanvankelijk wilde ik Santogold zien optreden, maar zij zegde af vanwege stemproblemen. Ik belandde bij Hercules and Love Affair. Het voelde alsof ik met één been terugstapte naar circa 1991. Ik zou kunnen zeggen dat Hercules and Love Affair disco met funk en dance mengt, maar dat klinkt zo ontzettend belegen, alhoewel het wel een deel van de muzikale lading dekt. Ik hoorde tussen de regels door invloeden van Arthur Russell, Jazzy B, acid effecten, iemand zei “Moroder!” Tel daarbij op live blazers en je hebt een behoorlijk explosieve live act. Ik heb de Madchester periode als zodanig niet bewust meegemaakt, maar ik had het gevoel dat Hercules in de Hacienda op z’n plaats was geweest. Het optreden voelde bijna als een set: alles werd back to back in elkaar gedraaid.
Op internet las ik verschillende reacties op het album van Hercules and Love Affair (ik denk dan aan een quote van Overheard in New York, waarin een man na een theatervoorstelling op Broadway tegen zijn vrouw zegt: I haven’t read the reviews yet, but i think i like it! Veel muziekliefhebbers vinden dat recensenten azijnpissers zijn die hun zure zeik graag laten neerspetteren op de parade van nieuwe releases. Maar ik wentel me nog steeds in alle recensies die ik maar kan vinden. Zei iemand ’snob?’). Pitchfork is lovend (en suggereert een toekomstige route tussen Shriekback en The Knife). Op Musicmeter zijn de reacties gemengd. Velen zijn van mening dat het ‘revival’ kunstje niet lang beklijft. Ik herinnerde me een recensie over de laatste plaat van de Newyorkse band Lansing Dreiden, waarin de schrijver concludeert dat het ‘wel ok is,maar niet mijn favoriete jaren ‘80 bandje’.
Beide bands refereren aan een bepaalde tijdsperiode, maar brengen daarin een eigenheid en een durf voor het voetlicht waarvan ik niet begrijp dat dit door sommigen blijkbaar over het hoofd wordt gezien. Lansing Dreiden is een collectief waarin reclamemakers, kunstenaars, vormgevers en illustratoren zich hebben verenigd. Het concept ‘Lansing Dreiden’ wordt zorgvuldig uitgemeten, van de live optredens (door de L-D Section, waarin geen van de bandleden speelt omdat ze als vormgevers/ kunstenaars/ illustratoren/ reclamemakers gebonden zijn aan deadlines en dergelijke. Sommigen vinden dat arrogant) tot de vormgeving en het algehele aanzien van de groep.
Dat L-D leentjebuur speelt bij wat er zoal in de jaren 80 werd uitgebracht is een feit. Maar dat wordt vakkundig gemangeld en vervormd tot er een eigenzinnig, hetzij eclectisch, geluid ontstaat. Zowel Hercules and Love Affair als Lansing Dreiden weten overdadige orchestratie gepast te balanceren met ingetogener nummers.
Live was Hercules in ieder geval in topvorm, IMHO.
Verder nog 1 nanoseconde genoten van Neon Neon (5 dagen vrij of niet; het openbaar vervoer feest niet mee), ook warm aanbevolen (Neon Neon, niet het OV)!
Dag 4: Venetian Snares, Bong Ra
Van een geheel andere orde was de zaterdagavond, waar Paradiso in het teken stond van knetterharde elektronische k- herrie. Bong Ra had ik in 1999 eens live zijn ding zien doen, toen in het voorprogramma van Godflesh (Ik moet bekennen dat ik er bar weinig meer van weet, behalve dat ik er zeker van was dat ik eerder (want harder) naar een Godflesh concert had moeten gaan, zo rond 1989. Maar toen was ik 12, en hield nog van Milli Vanilli). Bong Ra (het orakel internet leerde mij dat hij in de stoner-metalband Celestial Season heeft gespeeld) warmde de zaal op met een set, die dansbaarder was dan ik in eerste instantie had verwacht, het was tevens een mooie inleiding op het optreden van Venetian Snares. Ook hier werd druk bewogen. Voor muziek opgebouwd uit veelal onregelmatige maatsoorten (7/4, 13/7) is dat nog een behoorlijke opgave, ware het niet dat zijn tracks verbazend soepel voorstuwden.
Aaron Funk a.k.a. Venetian Snares (slechts één van zijn shitload aan aliassen) is een muzikale kliko; zijn -nu al- immense oeuvre laat zich qua variëteit nog het best vergelijken met Pantone kleurenwaaier.
V-snares wordt vaak in één adem genoemd met Aphex Twin en Squarepusher. Toch hakt hij een geheel eigen spoor door de breakcore/noise jungle.
Recensenten zouden in deze met twee zinnen kunnen volstaan: Je had erbij moeten zijn. Echt een memorabele gig.